Hauptwerk - klanken van een pijporgel

Klinkers en medeklinkers
De stereo-microfoon moet op zeer korte afstand van de pijpen staan. Daarmee wordt het accent waarmee de toon begint samen met de toon in de sample vastgelegd. Tonen zijn als klinkers die door medeklinkers betekenis krijgen en de organist moet ze goed kunnen horen. Er zijn niet meer dan twee kanalen met DRY samples nodig om het volledige orgel over te brengen naar de huiskamer.

De luide tonen in de kerk moeten op een lager volume in de huiskamer klinken. Daardoor verschuiven de verhoudingen tussen de hogere en lagere tonen en deze moeten door intonatie worden gecorrigeerd. Het intoneren is niet meer dan aanpassen en mag niet worden vergeleken met het intoneren van pijpen.

De akoestiek wordt met Impulse-Response techniek opgenomen en vastgelegd in het geheugen van het Hauptwerkorgel. Zo vormen klanken en akoestiek een exacte weergave van het orgel.

Sweelinck en de authentieke orgelklank

Vanaf het jaar 1000 hebben de orgelbouwers gezocht welke pijpvorm de meest karakteristieke klank voor een orgel opwekte. De tonen van de pijpen moesten draagkracht hebben – grondtoon – maar ook zingend – rijk aan boventonen – wat twee tegengestelde eisen zijn. Van grote invloed waren de componisten die met deze klank hun muziek wilden vertolken.

De menselijke stem is een goede maatstaf, een vocale klank waarin de grondtoon matig aanwezig is en de boventonen een formant vormen. Een formant is een groep boventonen die per toonhoogte gelijk blijft, zoals een klinker die herkenbaar blijft ongeacht de toonhoogte. Daarnaast is het van belang dat de tonen lieflijk klinken; het moet aangenaam zijn om ze te beluisteren. In de tijd van de Renaissance en de Barok werd de optimale klank bereikt. Componisten als Jan Pieterszoon Sweelinck, Dietrich Buxtehude en Johann Sebastian Bach werden er door geïnspireerd.

De pijptoon ontstaat door een botsing van de wind tegen het bovenlabium. Het geeft een hevige reactie, dat hoorbaar is als een accent voorafgaand aan de toon. Het is het belangrijkste deel van de toon, vergelijkbaar met een medeklinker die aan een klinker zeggingskracht geeft. In een snel opeenvolgend tempo klinkt accent en toonopbouw maar kort en een organist moet dat direct, zonder enige vertraging kunnen horen.

Voor Hauptwerk zijn samples van Renaissance – Barok pijpen van grote waarde. Het zijn de meest authentieke orgelklanken. De microfoons moeten dicht bij de pijpen worden geplaatst om de eigenschappen te kunnen vastleggen. Dat zijn dus DRY samples; WET samples zijn niet bruikbaar.

Het orgel dat Antonius Wilde in Lüdingworth maakte is het beste voorbeeld, dat een orgelmaker 400 jaar geleden de kunst van orgelmaken volledig beheerste. Het orgel is altijd onveranderd gebleven en nooit aangepast aan nieuwe stijlen. Toen in de 20e eeuw de kunst van het orgelmaken opnieuw moest worden ontdekt, was het orgel in Lüdingworth een authentiek exemplaar, dat orgelmakers de weg wees bij het herontdekken van de verloren gegane kunst. De samples van dit orgel bevatten dan ook de meest waardevolle klanken van een orgel. Voor muziek uit de renaissance en baroktijd is het de beste sample set met authentieke klanken. 

                                          Zie:   Renaissance - Barokklanken

  Deutsch
   English
Authentieke Renaissance-Barokklanken

Het orgel dat Antonius Wilde in 1598 bouwde, heeft de originele pijpen altijd behouden. Arp Schnitger voegde in 1682 een Rugwerk toe en intoneerde de pijpen naar de klanken van Wilde. De meer dan 400 jaar oude pijpen van het Oberwerk en het Borstpositiv zijn nog steeds in gebruik. Door de veroudering van het metaal krijgen de pijpen een bijzondere resonans met een grote klankschoonheid.

De DRY samples geven dit perfect weer. De tonen beginnen met een karakteristiek rond accent en laten dan de authentieke klanken uit de Renaissance-Baroktijd horen.

De 36 registers zijn verdeeld over drie klavieren en pedaal

               

Toetsdruk en pijptoon moeten gelijktijdig zijn

Door de toets in te drukken komt een mechaniek in werking, dat het ventiel opent en de pijp laat klinken. Een mechaniek met tussenschakels is eenvoudig te maken, maar werkt met vertraging. Een directe verbinding tussen toets en ventiel is constructief moeilijker, maar heeft toch de voorkeur omdat de toon onmiddellijk op de toetsdruk reageert.

Om een instrument te kunnen bespelen moet een musicus de toon onmiddellijk horen, of het nu een viool, een fluit, of een piano is. Bij deze instrumenten kan het ook niet anders; ze zijn in de onmiddellijke nabijheid van de musicus. Bij een orgel is er meer afstand tussen toetsen via de ventielen naar de pijpen, maar ook hier moet de vertraging minimaal zijn. Een organist zou het liefst rechtstreeks op de ventielen willen spelen.

Amateurs die een voorkeur hebben voor een orgel met meerdere kanalen, zouden eens vaker in een kerk moeten spelen om het verschil te horen tussen een echt orgel met één bron van klanken en een kamer vol luidsprekers die allemaal klankbronnen vormen.

Latency
De samples worden in het Hauptwerkorgel met enige vertraging – de latency – weergegeven. Deze latency kan worden verkleind, mits met computerprestaties rekening wordt gehouden. Op mijn orgel heb ik de latency sterk verkleind en hoewel het om milliseconden gaat is het toucher veel aangenamer. Nu is iedere nuance van mijn manier van spelen direct hoorbaar in de snel wisselende tonen. Dit kan alleen met DRY samples; het heeft geen enkele zin om dit met de trage WET samples te doen.

start
hauptwerk
martini
ludingworth
prytanee
klapmeyer
convolutie
intonatie
noordbroek
schnitger
bader
casavant
sample sets
boekenhw
orgels in mijn huis
contact
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini-orgel
linked sites