Hauptwerk - klanken van een pijporgel

Klinkers en medeklinkers
De stereo-microfoon moet op zeer korte afstand van de pijpen staan. Daarmee wordt het accent waarmee de toon begint samen met de toon in de sample vastgelegd. Tonen zijn als klinkers die door medeklinkers betekenis krijgen en de organist moet ze goed kunnen horen. Er zijn niet meer dan twee kanalen met DRY samples nodig om het volledige orgel over te brengen naar de huiskamer.

De luide tonen in de kerk moeten op een lager volume in de huiskamer klinken. Daardoor verschuiven de verhoudingen tussen de hogere en lagere tonen en deze moeten door intonatie worden gecorrigeerd. Het intoneren is niet meer dan aanpassen en mag niet worden vergeleken met het intoneren van pijpen.

De akoestiek wordt met Impulse-Response techniek opgenomen en vastgelegd in het geheugen van het Hauptwerkorgel. Zo vormen klanken en akoestiek een exacte weergave van het orgel.

Nieuw boek!   Intonatie Schnitger-Wilde orgel

De orgelklank heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt voordat het rond 1600 het hoogtepunt bereikte. Orgels die in de tijd van de Renaissance en de Barok werden gebouwd lieten klanken horen die voortreffelijk harmonieerden met de koorzang. De menselijke stem was een voorbeeld voor de intonatie van de pijpen. Een koor van alten en sopranen, tenor en bassen werd muzikaal ondersteund door prestant- en octaafpijpen in verschillende liggingen. Deze pijpklanken versmolten gemakkelijk met de koorstemmen.

De menselijke stem was de maatstaf, een vocale klank waarin de eerste boventoon sterker is dan de grondtoon en alle boventonen samen een formant vormen. Een formant is een groep boventonen die per toonhoogte gelijk blijft, zoals een klinker die herkenbaar blijft ook als deze hoger of lager wordt gezongen. Het accent waarmee de toon begint, werkt als een medeklinker die aan de klinker betekenis verleent. Bij orgels van de Renaissance en de Barok werd de optimale klank van de pijpen bereikt.

Het orgel dat Antonius Wilde maakte is het voorbeeld, dat een orgelmaker in 1600 de kunst van het orgelmaken volledig beheerste. De pijpen die Schnitger 80 jaar later toevoegde intoneerde hij naar de klanken van Antonius Wilde. Daarna is dit orgel eeuwenlang onveranderd gebleven. Toen in de 20e eeuw de kunst van het orgelmaken opnieuw moest worden ontdekt, was het orgel in Lüdingworth een authentiek exemplaar. Voor Cor Edskes en Jürgen Ahrend was het bronmateriaal, dat hen de weg wees bij het herontdekken van de kunst van het orgelmaken. Nu maken de orgelmakers van onze tijd hun pijpen weer zoals ze in de 17e eeuw werden gemaakt.

In de samples van het Schnitger - Wilde orgel zijn de waardevolle klanken van een authentiek orgel vastgelegd; ideaal voor de muziek van Sweelinck, Buxtehude en Bach. De toon van een pijp ontstaat door de botsing van de wind tegen het bovenlabium. Dat geeft een heftige reactie, hoorbaar als een accent voorafgaand aan de toon. Het is het belangrijkste deel van de toon, vergelijkbaar met een medeklinker die zeggingskracht geeft aan een klinker. Het zijn verfijnde eigenschappen die inspirerend werken bij het bespelen van het orgel in Lüdingworth. Bij een snel speeltempo klinken de accenten en de toonopbouw maar kort, daarom moet de organist het direct, zonder enige vertraging horen. Dat kan met de DRY samples waarin Jiri Zurek de klanken met alle eigenschappen correct heeft vastgelegd. Omdat de kerkklanken te luid zijn voor de huiskamer is een verlaging van het volume nodig, maar het verzwakt de accenten meer dan de klanken. Door intonatie moet dit worden hersteld. Deze belangrijke aanpassing heb ik op een goed navolgbare manier gedaan en uitvoerig in mijn boek beschreven. Met ruim 100 foto’s in hoge resolutie worden de standen van de regelschuiven getoond.

Het orgel ken ik van eigen bespelingen in Lüdingworth en ik heb maanden gewerkt aan het intoneren van de samples om de klanken die ik in de kerk hoorde net zo te horen in mijn huiskamer. Met een absoluut gehoor is het niet moeilijk om klanken te onthouden en te reproduceren. Als bouwer van pijporgels hoort dat tot mijn vakgebied. Het boek is klaar en kan gratis worden aangevraagd met vermelding van naam en volledig postadres. Wel verwacht ik een verslag van de resultaten die met het intoneren zijn bereikt.

  Deutsch
   English
Authentieke Renaissance-Barokklanken

Het orgel dat Antonius Wilde in 1598 bouwde, heeft de originele pijpen altijd behouden. Arp Schnitger voegde in 1682 een Rugwerk toe en intoneerde de pijpen naar de klanken van Wilde. De meer dan 400 jaar oude pijpen van het Oberwerk en het Borstpositiv zijn nog steeds in gebruik. Door de veroudering van het metaal krijgen de pijpen een bijzondere resonans met een grote klankschoonheid.

De DRY samples geven dit perfect weer. De tonen beginnen met een karakteristiek rond accent en laten dan de authentieke klanken uit de Renaissance-Baroktijd horen.

De 36 registers zijn verdeeld over drie klavieren en pedaal.

        zie: Schnitger-Wilde Lüdingworth

Toetsdruk en pijptoon moeten gelijktijdig zijn

Door de toets in te drukken komt een mechaniek in werking, dat het ventiel opent en de pijp laat klinken. Een mechaniek met tussenschakels is eenvoudig te maken, maar het werkt vertragend. Beter is het om directe verbinding tussen toets en ventiel te maken, maar hoewel dat constructief moeilijker is heeft toch de voorkeur omdat de toon onmiddellijk op de toetsdruk reageert.

Om een instrument te kunnen bespelen moet een musicus de toon onmiddellijk horen, of het nu een viool, een fluit, of een piano is. Bij deze instrumenten kan het ook niet anders; ze zijn in de onmiddellijke nabijheid van de musicus. Bij een orgel is er meer afstand tussen toetsen via de ventielen naar de pijpen, maar ook hier moet de vertraging minimaal zijn. Een organist zou het liefst rechtstreeks op de ventielen willen spelen.

Amateurs die een voorkeur hebben voor een orgel met meerdere kanalen, zouden eens vaker in een kerk moeten spelen om het verschil te horen tussen een echt orgel die maar één bron van klanken is en een kamer vol luidsprekers die allemaal klankbronnen vormen voor klanken met grote vertraging.

Latency
De samples worden in het Hauptwerkorgel met enige vertraging – de latency – weergegeven. Deze latency kan worden verkleind, mits met computerprestaties rekening wordt gehouden. Op mijn orgel heb ik de latency sterk verkleind en hoewel het om milliseconden gaat is het toucher veel aangenamer. Nu is iedere nuance van mijn manier van spelen direct hoorbaar in de snel wisselende tonen. Dit kan alleen met DRY samples; het heeft geen enkele zin om dit met de trage WET samples te doen.

start
hauptwerk
martini
ludingworth
prytanee
klapmeyer
noordbroek
convolutie
intonatie
schnitger
bader
casavant
sample sets
boekenhw
orgels in mijn huis
contact
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini-orgel
linked sites