Drieklaviers Orgel

Het orgel bestaat uit 35 registers verdeeld over drie manualen en pedaal. Bijzonder aan het orgel is de asymmetrische afmeting van de twee pedaaltorens vanwege de ongelijke hoogte van het kerkplafond. Het Oberwerk biedt een volledig plenum, gebaseerd op een 16 voet Quintadena. De Trommet 8 bezit de karakteristieke Noord-Duitse klank. De pijpen van de Zimmel is naar de stijl van Schnitger samengesteld uit Quarten en Sexten, die een niet-harmonische reeks boventonen laat horen alsof er belletjes klingelen. De Zimmel is niet bedoeld om in een plenum te gebruiken, maar een soloregister voor snelle solistische passages.

Het Rugpositiv heeft een minder omvangrijk plenum, maar biedt de mogelijkheid om die te kleuren, door inplaats van de Mixtuur een Terz-klank te kiezen uit de Sexquialter en/of de Tertian. De volle klank van het Rugpositiv wordt bekroond door een zangrijke Dulcian 16.

Het Pedaal is een geheel zelfstandig werk en geeft een solide basis aan de klank van het orgel met zijn Trombone 16’ en een Trommet 8’. Het kleine tongwerk Cornet 2, wordt gebruikt voor pedaalsolo's

Het typische Renaissance Borstwerk is gebaseerd op een tongwerk: Regal 8'. De ijle klank kan worden versterkt met een Gedacht 8' die aan de sampe set is toegevoegd.

Hiermee biedt de sample set 36 sprekende stemmen. Daarnaast zijn er twee nevenregisters: een Zimbelstern en een Vogelgezang (Rossignol), die onmisbaar zijn voor oude muziek.

In de 18e en 19e eeuw is er niets aan het orgel gewijzigd. De rijkdom van de boeren was verdwenen waardoor er geen geld was om het orgel aan nieuwe opvattingen aan te passen. In de tijd van de Orgelbewegung (1900-1930) werd dat wel gedaan. De winddruk werd verlaagd, de windladen kregen een schokbalg en de mechaniek werd aangepast.

Een zorgvuldige restauratie van Jürgen Ahrend in 1981-1982 maakte deze veranderingen weer ongedaan; hij bracht het orgel volledig terug in de oorspronkelijke stijl en stemde het in middentoon met de originele toonhoogte van A = 469Hz. Sindsdien is het orgel in Lüdingworth een van de mooiste orgels van de Noord-Duitse renaissance-barokstijl.
Schnitger-Wilde orgel    Lüdingworth

De streek Hadeln, het gebied ten oosten van Cuxhaven, werd wel de Boerenrepubliek genoemd. De heersende klasse van vrije boeren had een vorm van zelfbestuur gevormd die onafhankelijk was van de Landheer. Het zelfbewustzijn, de rijkdom en de trots van de boeren komt tot uiting in schitterende kerkgebouwen in Altenbruch, Otterndorf en Lüdingworth. Men noemde die een Bauerndom. Rond 1600 hoorde het gebied tot de ommelanden van Groningen, waar ook een Bauerndom werd gebouwd in Noordbroek. Nog altijd heet de streek Altes Land, geen Duitse benaming maar een verbastering van het Groningse aole land.

De St. Jacobikerk in Lüdingworth toont een rijk gedecoreerd interieur. De bezoeker die het langgerekte, door een vlak plafond afgesloten schip van de kerk binnentreedt en het van gewelven voorziene drieschepige koor bekijkt, wordt overweldigd door een onvermoede pracht. Talrijke kunstvoorwerpen uit de middeleeuwen, de renaissance en de barok maken grote indruk. De kerkelijke gemeente van Lüdingworth was in staat een kostbaar orgel te laten bouwen. Antonius Wilde uit Otterndorf bouwde in 1598 een orgel met een Oberwerk en een Borstwerk met prachtige vocale klanken, die goed aansloten op de rijke koortraditie van de streek.

In 1682 kreeg Arp Schnitger de opdracht het orgel uit te breiden met een Rugpositiv. Hij maakte de kast gelijkvormig aan het Oberwerk van Wilde. Het pijpwerk van Antonius Wilde bleef onveranderd deel uit maken van het orgel en de Schnitger intoneerde zijn pijpen van het Rugpositiv in de stijl van de Wilde-pijpen. De meer dan 400 jaar oude pijpen van het Oberwerk en het Borstpositiv klinken nog steeds in het orgel. Door de veroudering van het metaal krijgen de pijpen een bijzondere resonans met een grote klankschoonheid. Renaissance en Barok orgelwerken klinken prachtig op dit orgel.

Perfecte Sample set van Sonus Paradisi

De DRY samples van de eeuwenoude pijpen laten de bijzondere klankschoonheid perfect horen. Elke toon begint met een karakteristiek accent en bouwt dan een klank op met de prachtige resonans die eigen is aan oude pijpen. Dit is uitstekend in de samples vastgelegd, maar omdat de klankverhoudingen in een huiskamer anders zijn dan in de kerk is een intonatie nodig om dit te compenseren. Ik heb het orgel in de kerk gehoord en stel vast dat het nu in mijn huiskamer precies zo klinkt. Weinig sample sets laten de klanken uit de Renaissance- en de Baroktijd zo natuurlijk in de huiskamer klinken. Iedereen is welkom om mijn orgel te bespelen.

Bij de pijpen van dit Schnitger-Wilde orgel markeert een zachte k het begin van de toon. Het klinkt als de g in het Engelse woord go en geeft een muzikaal accent aan de toon.
In de renaissance- en baroktijd zijn pijptonen vocaal geïntoneerd, omdat men dicht bij koorklanken wilde blijven. Alternerend klonken in de kerk de klanken van het orgel en de klanken van het koor. In een huiskamer klinken vocale klanken ook beter dan de zware klanken van grondtonige orgels.

Het accent op de tonen moet door intoneren worden versterkt, maar dat is bij deze samples niet moeilijk. De pijptonen zijn zo gelijkmatig in de samples opgeslagen, dat met de masterschuif alle tonen tegelijk dezelfde correctie kunnen krijgen. Dat verhoogt de levendigheid van de klanken en een organist kan daarmee beter uitdrukken, wat hij muzikaal wil overbrengen. zie Sonus Paradisi

  Deutsch
   English
start
hauptwerk
convolutie
intonatie
boekenhw
ludingworth
prytanee
martini
noordbroek
schnitger
bader
klapmeyer
casavant
holzhey
sample sets
orgels in mijn huis
contact
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini-orgel
linked sites