Drieklaviers Orgel

Het orgel bestaat uit 35 registers verdeeld over drie manualen en pedaal. Bijzonder aan het orgel is de asymmetrische afmeting van de twee pedaaltorens vanwege de ongelijke hoogte van het kerkplafond. Het Oberwerk biedt een volledig plenum, gebaseerd op een 16 voet Quintadena. De Trommet 8 bezit de karakteristieke Noord-Duitse klank. De Zimmel is naar de stijl van Schnitger samengesteld uit Quarten en Sexten, die een niet-harmonische reeks boventonen laat horen alsof er belletjes klingelen. De Zimmel is niet bedoeld om in een plenum te gebruiken, maar een soloregister voor snelle solistische passages.

Het Rugpositiv heeft een minder omvangrijk plenum, maar biedt de mogelijkheid om die te kleuren, door inplaats van een Mixtuur een Tertsklank te kiezen uit de Sexquialter en/of de Tertian. De volle klank van het Rugpositiv wordt bekroond door een zangrijke Dulcian 16.

Het Pedaal is een geheel zelfstandig werk en geeft een solide basis aan de klank van het orgel met zijn Trombone 16’ en een Trommet 8’. Het kleine tongwerk Cornet 2, wordt gebruikt voor pedaalsolo's

Het typische Renaissance Borstwerk is gebaseerd op een tongwerk: Regal 8'. De ijle klank kan worden versterkt met een Gedacht 8' die aan de sampe set is toegevoegd. Hiermee biedt de sample set 36 sprekende stemmen. Daarnaast zijn er twee nevenregisters: een Zimbelstern en een Vogelgezang (Rossignol), die onmisbaar zijn voor oude muziek.

In de 18e en 19e eeuw is er niets aan het orgel gewijzigd. De rijkdom van de boeren was verdwenen en er was geen geld om het orgel aan moderne opvattingen aan te passen. Jürgen Ahrend ontdekte dat het een bron was om het oude ambacht te herontdekken. Hij restaureerde het verwaarloosde orgel weer in de Renaissance-Barok stijl.
                                        Dit orgel is het mooiste orgel van de Noord-Duitse Renaissance-Barokstijl.

Boek Schnitger-Wilde orgel
Ik ben bezig een boek te schrijven over het intoneren van de samples van dit prachtige historische orgel. De werkwijze vergt geen speciale kennis of vaardigheden; het wordt beschreven op een manier die elke organist kan begrijpen. Ik beschik zelf over een absoluut gehoor en heb een lange ervaring met het intoneren van pijpen.

Dat mag niet worden vergeleken met het intoneren van samples. Het zijn klanken van pijpen die al goed geïntoneerd waren en in die vorm in de samples zijn opgeslagen. Het intoneren van de samples gaat om het verschil tussen de grote ruimte van de kerk en de veel kleinere huiskamer te overbruggen.

De boeken die ik reeds over het intoneren heb geschreven, tonen aan dat deze aanpassing goed navolgbaar is.
Schnitger - Wilde orgel  Lüdingworth

De streek Hadeln, het gebied ten oosten van Cuxhaven, werd wel de Boerenrepubliek genoemd. De heersende klasse van vrije boeren had een vorm van zelfbestuur gevormd die onafhankelijk was van de Landheer. Het zelfbewustzijn, de rijkdom en de trots van de boeren komt tot uiting in schitterende kerkgebouwen in Altenbruch, Otterndorf en Lüdingworth. Men noemde die een Bauerndom. Rond 1600 hoorde het gebied tot de ommelanden van Groningen, waar een Bauerndom werd gebouwd in Noordbroek. Nog altijd heet de streek Altes Land, geen Duitse benaming maar een verbastering van het Groningse aole land.

De St. Jacobikerk in Lüdingworth toont een rijk gedecoreerd interieur. De bezoeker die het langgerekte, door een vlak plafond afgesloten schip van de kerk binnentreedt en het van gewelven voorziene drieschepige koor bekijkt, wordt overweldigd door een onvermoede pracht. Talrijke kunstvoorwerpen uit de middeleeuwen, de renaissance en de barok maken grote indruk. De kerkelijke gemeente van Lüdingworth was in staat een kostbaar orgel te laten bouwen. Antonius Wilde uit Otterndorf bouwde in 1598 een orgel met een Oberwerk en een Borstwerk met prachtige vocale klanken, die goed aansloten op de rijke koortraditie van de streek.

In 1682 kreeg Arp Schnitger de opdracht het orgel uit te breiden met een Rugpositief. Hij maakte de kast gelijkvormig aan het Oberwerk van Wilde. Het pijpwerk van Antonius Wilde bleef onveranderd deel uit maken van het orgel en de Schnitger intoneerde zijn pijpen van het Rugpositief in de stijl van de Wilde-pijpen. De meer dan 400 jaar oude pijpen van het Oberwerk en het Borstpositiv klinken nog steeds in het orgel. Door de veroudering van het metaal krijgen de pijpen een bijzondere resonans met een grote klankschoonheid. Renaissance en Barok orgelwerken klinken prachtig op dit orgel.

De Kunst van het Orgelmaken

In vroeger eeuwen bestonden er al orgels, maar pas vanaf de 10e of 11e eeuw was er sprake van een serieus muziekinstrument. Omdat veel factoren invloed hebben op de toonvorming in een orgelpijp hebben de orgelbouwers lang gezocht naar een pijpvorm, waarvan de onderlinge verhoudingen zodanig waren, dat het de meest karakteristieke orgeltoon opwekte. Voldoende draagkracht en een zangrijke helderheid zijn twee eigenschappen die in goede verhoudingen aanwezig moeten zijn. De menselijke stem was hun maatstaf, een vocale klank waarin de grondtoon een matige draagkracht heeft en de boventonen een formant vormen. Een formant is een kleuring door een groep boventonen die per toonhoogte gelijk blijft, zoals een klinker die herkenbaar blijft ongeacht de toonhoogte.

In de Renaissance-tijd voldeden de tonen van een orgel aan de gestelde eisen en inspireerden Jan Pieterszoon Sweelinck en Michael Praetorius tot het componeren van hun muziek. De orgelbouwers hadden de klanken goed in hun oren, maar bespeurden bij het intoneren kleine afwijkingen die een aangename nuance aan de toon verleenden. Ze corrigeerden het verschil niet, want het klonk liefelijk. De tonen van de pijpen moesten aan drie eigenschappen voldoen: draagkracht - kleuring - liefelijkheid. Met die tonen componeerden Johann Adam Reincken en Johann Sebastian Bach.
                         
                              De kunst van het orgelmaken beleefde tussen 1600 en 1700 zijn hoogtepunt

Die hoge graad van klankschoonheid is nu nog uitstekend te horen in het orgel dat Antonius Wilde in 1598 bouwde voor de St. Jacobikerk van Lüdingworth. Het is in 1682 door Arp Schnitger uitgebreid met een rugwerk. Hij oordeelde dat de klanken van de pijpen van Wilde van hoge klasse waren en intoneerde zijn pijpen in dezelfde stijl. Het was de Gouden eeuw van de Kunst van het Orgelmaken

Die kunst werd geleidelijk minder toen de dramatiek van de barok overging naar de veel luchtiger stijl van het rococo. Het orgel kreeg minder persoonlijkheid. De romantiek volgde en liet de pijpen op een hogere winddruk werken, waardoor de verfijning van de klanken verloren ging. Langzamerhand werd het ambacht van orgelmaker gereduceerd tot fabriekswerk, waar onderdelen van matige kwaliteit met elkaar werden verbonden. Omdat de kunst van het orgelmaken verloren was gegaan, moest die opnieuw worden ontdekt. Dat kon slechts door zich te oriënteren op de barokorgels die de oorspronkelijke stijl behouden hadden.

Lüdingworth is een klein dorp, waar in latere eeuwen geen geld was om het orgel aan nieuwe ideeën aan te passen. Na 400 jaar klinken de originele pijpen nog onveranderd. Voor orgelkenners als Cor Edskes en Jürgen Ahrend was het bronmateriaal om de Kunst van het Orgelmaken opnieuw te ontdekken.
                              
                           Lüdingworth heeft een waardevol orgel met een magnifieke klankschoonheid

Sample set met authentieke orgelklanken

In de Renaissance- en de Baroktijd waren pijpen vocaal geïntoneerd, omdat men dicht bij de koorklanken wilde blijven. Pijpen winnen door het verouderen aan klankschoonheid en die is opvallend goed bewaard gebleven bij de pijpen van dit Schnitger-Wilde orgel. Door gebrek aan geld zijn de pijpen nooit aan de eisen van een latere tijd aangepast. Deze bijzondere klankschoonheid is voortreffelijk in de DRY samples vastgelegd.

                 Er bestaat geen sample set met een betere weergave van de authentieke orgelklank.


Elke toon begint met een karakteristiek accent bouwt dan op naar een klank met de prachtige resonans. Dit is optimaal in de samples vastgelegd, maar pas na intonatie van de samples hoorbaar in de huiskamer. Door het lagere volume worden deze subtiele geluiden te zwak weergegeven. Het intoneren wordt uitvoering beschreven in mijn boek over dit orgel (binnenkort verkrijgbaar). Het resultaat zijn levendige klanken met een grote zeggingskracht.

Ik ken het orgel van eigen bespelingen in Lüdingworth. Nu ik de samples in mijn huiskamer heb geïntoneerd, zijn de klanken volkomen identiek met die van de kerk. Het is de beste sample set om klanken uit de Renaissance-Baroktijd in de huiskamer weer te geven.  Het is een feest om dit orgel te bespelen en iedereen is bij mij welkom om het zelf te ervaren. 

De kerk heeft maar een korte nagalm; 2 seconden. Er is niets op tegen om een van de Impulse Response opnamen te gebruiken voor een ruimere akoestiek. De akoestiek van de Martinikerk in Groningen is bijzonder geschikt om bij dit orgel te gebruiken. Op mijn orgel kan ik met het linkerpedaal de gewenste nagalmtijd kiezen.          
                                                                                                              zie Sonus Paradisi

  Deutsch
   English
start
hauptwerk
martini
ludingworth
prytanee
klapmeyer
convolutie
intonatie
noordbroek
schnitger
bader
casavant
sample sets
boekenhw
orgels in mijn huis
contact
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini-orgel
linked sites