Weergave

Op de plaats waar de organist aan de speeltafel zit nemen twee microfoons in stereo de klanken op. Bij het Hauptwerkorgel moeten de luidsprekers op dezelfde plaats de klanken weergeven. Dus op korte afstand aan weerszijden van de organist ter hoogte van zijn oren. Actieve luidsprekers van goede kwaliteit voldoen uitstekend.

Omdat de klanken minder luid dan in de kerk worden weergegeven en het verlagen van het volume voor hoge tonen sterker werkt dan voor lage tonen, moeten de klanken worden geïntoneerd. De luidsprekers maken deel uit van de intonatie en zo ontstaat tevens de unieke mogelijkheid om afwijkingen in de luidsprekers te corrigeren. Daarom geven dure luidsprekers met hoge hifi-specificaties geen betere weergave dan luidsprekers van goede kwaliteit in de prijsklasse van het midden segment.

De combinatie samples en luidsprekers vormen dan een onverbrekelijke eenheid. Bij goed aangepaste samples komen de klanken nauwkeurig overeen met de klanken uit pijpen.

Luister nooit met een koptelefoon

Hoewel het beluisteren van een Hauptwerk orgel met een koptelefoon een redelijke weergave van de klanken geeft, is er een grote kans op gehoorschade. Dat is gebleken uit onderzoek van de Erasmus Universiteit van Rotterdam en de Universiteit van Leuven. Een groot volume dicht bij het oor waargenomen veroorzaakt een blijvende gehoorschade, maar een lager volume over een langere tijd beluisterd heeft hetzelfde effect. De samples bevatten de luide klanken van het orgel in de kerk, daarom zal het beluisteren met een koptelefoon altijd tot gehoorschade leiden. Voor een organist is zijn gehoor van levensbelang en is het onverstandig om een koptelefoon te gebruiken. De gehoorschade kan optreden in de vorm van het slechter waarnemen van bepaalde toongebieden, maar vaker nog treedt Tinnitus (oorsuizen) op.
In alle gevallen is gehoorschade niet te genezen.

Er is een tweede reden om geen koptelefoon te gebuiken. Om klanken te kunnen beoordelen moet deze worden beluisterd in verhouding tot de omgeving. Vergelijk het met een schilder die niet genoeg heeft aan een licht op zijn onderwerp en een licht op het doek. De hele omgeving moet helder verlicht zijn om kleuren en lichtcontrasten te beoordelen.
Zo moeten de klanken van een Hauptwerkorgel in een zo groot mogelijke ruimte worden beoordeeld. Bij een koptelefoon ontbreekt de maatstaf van de ruimte. In het audiolab van Philips in Waalre heb ik de nodige experimenten kunnen ondernemen om deze stelling te bewijzen.

De samples van Organ Art Media worden door Helmut Maier op grote afstand van de pijpen opgenomen en met een koptelefoon beoordeeld. Hij raadt nadrukkelijk aan om ze ook met een koptelefoon op het Hauptwerkorgel te beluisteren. De lange galmstaarten heeft hij zo opgeslagen dat deze niet zijn in te korten. Zijn samples wijken sterk af van de oorspronkelijke klanken en zijn niet te verbeteren door ze te intoneren. Convolutiegalm wil hij niet toepassen. De gesprekken die ik met hem heb gevoerd hebben niet tot een betere kwaliteit gevoerd, daarom heb ik zijn sample sets afgeschreven en niet op Hauptwerk 5 overgezet.

De samples van Piotr Grabowski worden eveneens te ver van de pijpen opgenomen en laten dus om dezelfde reden sterk te wensen over. Grabowski voelt zich boven elke kritiek verheven en overleg met hem is zinloos gebleken. Omdat de klanken te ver van de pijpen zijn opgenomen, zijn de karakters van de registers niet in de samples opgeslagen. De orgels die hij heeft gekozen hebben ook niet niet veel klankschoonheid te bieden.

  Deutsch
   English
v
Multikanaals is voor hobbyisten

Orgelspelende amateurs zijn veelal hobbyisten die nooit in de kerk spelen en niet weten hoe de tonen in een pijp ontstaan. Bij hen leeft het vreemde idee dat het orgel mooier klinkt als er veel kanalen worden gebruikt. Dat was gebruikelijk voor orgels met elektronische klankopwekking, maar niet voor Hauptwerk. De klanken van Hauptwerk zijn opnamen van een pijporgel die vastgelegd zijn in een geheugen.

Enthousiast knutselen amateurs een Hauptwerkorgel in elkaar en installeren ze een sample set met veel kanalen. Dat betekent een kamer vol luidsprekers en versterkers die de klanken uit WET samples laten horen. De klanken zijn allemaal uit WET samples, dus ver van het orgel opgenomen. Zo klinken ze ook, ze laten een orgel op grote afstand horen. Een organist kan niets met deze klanken, waar alle eigenschappen ontbreken van de orgelklank in de kerk. Een organist moet dicht bij het orgel zitten, alleen daar zijn de klanken met hun typerende eigenschappen te horen.

Regelmatig ontmoet ik organisten die een Hauptwerkorgel afwezen, nadat ze een multi-kanaals orgel hadden gehoord. En terecht, zo klinkt een pijporgel niet en Hauptwerk is bedoeld om in de huiskamer met de klanken van het kerkorgel te spelen. Dat het wel als een pijporgel kan klinken, demonstreer ik graag met mijn Hauptwerkorgel, waarvan de klanken niet afwijken van het pijporgel dat er naast staat.

In de akoestiek van de kerk weerkaatsen de tonen tegen de muren, de pilaren en het plafond van de kerk en vullen de ruimte met een totaalklank waar geen richting of afstand is waar te nemen. Het is rondom aanwezig.
Surround is een ander effect, de klanken zijn ver van het orgel - de bron van de klanken - opgenomen en zo worden ze ook weergegeven. Van veraf komen de galmeffecten naar de luisteraar toe.
De convolutiegalm van Hauptwerk 5 geeft het weer als in de kerk, de klanken zijn in de onmiddellijke nabijheid en de galm verwijdert zich van de bron.

De convolutiegalm is een rondom aanwezige akoestiek. Wat van van surround werd verwacht is nu door convolutiegalm gerealiseerd.

start
hauptwerk
convolutie
intonatie
boekenhw
samplesets
orgels in mijn huis
martini
schnitger
bader
anloo
klapmeyer
casavant
holzhey
serassi
hinsz
contact met John Boersma
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini
linkedsites
Hauptwerk 5

De klanken van een Hauptwerkorgel zijn klanken van een pijporgel. Deze zijn op korte afstand van de pijpen opgenomen en in geheugens vastgelegd. Zo ontstaat de mogelijkheid om in de huiskamer het kerkorgel te bespelen. De klank van een pijp is te vergelijken met een blokfluit. Een blokfluit wordt niet zacht aangeblazen want dat geeft een futloze toon, maar de fluitist blaast luchtstootjes, waardoor de toon met een accent begint.

Door een toets op het orgel aan te slaan gaat het ventiel open en stuurt de windstroom via de kernspleet naar het bovenlabium. Door de botsing van de wind tegen het bovenlabium ontstaat een heftige beweging in de windstroom. Dit is hoorbaar als een accent op het begin van de toon die dan opbouwt naar de volle sterkte. De toon is dan nog puur en niet versluierd door reflecties in de akoestiek. Om deze toon in de sample te kunnen opslaan moeten de microfoons op korte afstand staan, zodat de droge toon als DRY sample in het geheugen ligt.

De organist moet het accent van de toon en de opbouw naar de volle toon zonder vertraging kunnen horen. Het hoort bij zijn (haar) spel van articulatie en frasering, wat direct onder zijn vingers moet ontstaan. In de akoestiek van de kerk worden de tonen dan gereflecteerd door objecten die steeds verder weg liggen, waardoor de reflecties zwakker worden en uitsterven. De organist hoort dat de galm zich van de bron verwijdert.

Voor de organist zijn een directe toon plus een zich verwijderende nagalm, kenmerken van het bespelen van een kerkorgel en dat moet in die vorm worden overgebracht naar het Hauptwerkorgel in de huiskamer. Het overbrengen van de directe toon wordt gedaan met DRY samples, dat was met Hauptwerk 4 al mogelijk. Maar de nagalm in de akoestiek van de kerk overbrengen is pas met Hauptwerk 5 gerealiseerd.

Nagalm
Rond het jaar 1000 werden al grote en vooral hoge kerken gebouwd, omdat de akoestiek van die grote ruimte een hemels effect verleende aan de koorzang. Een orgel was het ideale instrument om de zang te begeleiden en ook deze klanken schitterden door de invloed van de akoestiek. Een goede akoestiek is een noodzakelijke voorwaarde voor de klankvorming van de pijpen. Een pijporgel in de huiskamer mist de akoestiek die noodzakelijk is voor de klankvorming.

Met Hauptwerk 4 werd de nagalm opgenomen door microfoons op grote afstand van de pijpen te plaatsen en de opnamen als WET samples op te slaan. De samples bevatten een mengsel van pijpklanken op grote afstand en een willekeurige nagalm die toevallig op die plaats hoorbaar was. Er is geen enkele overeenkomst met de orgelklanken, zoals de organist die hoort bij de speeltafel in de kerk. Wanneer een amateur bij een Hauptwerkorgel de klanken uit de WET samples hoort, zal hij die accepteren als echte orgelklanken. Hij kent het orgel alleen maar van het beluisteren in de kerk en op die plaats worden de WET samples opgenomen.

Hauptwerk 5 is voorzien van convolutiegalm (zie convolutie). Het is een exacte kopie van de nagalm in de kerk. Het laat horen hoe de orgelklanken in de kerkruimte weerkaatsen en in de verte uitsterven. Dat is de natuurlijke klankbeleving, want de bron van het geluid is dichtbij en de weerkaatsingen bewegen zich van de organist af. Elke nuance van de pijpklank is bij het spelen op een Hauptwerkorgel direct te horen en dat het wordt gevolgd door reflecties in de akoestiek gebeurt op dezelfde wijze als in de kerk. Hauptwerk heeft hiermee een enorme vooruitgang geboekt die het gebruik van de dubieuze WET samples overbodig maakt.