II Oberwerk
Quintadena                16’
Salicional                    8’
Principal                     8’
Rohrflöte                    8’
Unda Maris                 8’
Octave                       4’
Rohrflöte                    4’
Nasat                   2 2/3'
Sesquilatera              2 F
Octave                       2'
Waldflöte                   2'
Quinta                 1 1/3'
Mixtur                      4 F
Vox Humana               8’
Tremulant

I Hauptwerk
Bourdon                    16’
Principal                     8’
Viola da gamba           8’
Holzflöte                    8’
Octave                       4’
Gemshorn                  4’
Quinta                 2 2/3'
Cornet                    4 F
Octave                     2'
Tertia                 1 3/5'
Mixtur                 5-6 F
Fagott                   16’
Trompete                8‘

Tremulant

Pedal
Untersatz                 32’
Principal                   16’
Subbass                   16’
Octave                     8’
Gemshorn                 8’
Octave                     4’
Mixtur                    5 F
Posaune                  16’
Trompete                  8’
Trompete                  4’
  Deutsch
   English
Orgel in Bückeburg

In de 1997 gebouwd volgens normen uit de Baroktijd

In de Stadskerk van Bückeburg bevond zich een orgel dat door Esaias Compenius de Oudere, in 1617 was gebouwd. In de loop der eeuwen is het orgel vele malen aangepast aan de wensen en normen van die tijd. Bij een brand in 1962 werd het orgel volledig verwoest.

In 1965 maakte Emil Hammer een reconstructie naar de oorspronkelijke stijl en maakte daarvoor gebruik van de aantekeningen die Michael Praetorius over dit orgel had geschreven. De historische kennis van de oude barokstijl was in de zestiger jaren van de vorige eeuw slechts beperkt. De kast kon op verantwoorde wijze opnieuw worden gemaakt, maar de barokke klank van de pijpen moest nog worden herontdekt.

Dertig jaar later was die kennis wel aanwezig bij Rudolf Janke en zo bouwde hij tussen 1993 en 1997 een nieuw orgel in de bestaande kast. Het werd zijn opus 114, in de stijl van de Midden-Duitse barok, waarbij hij gebruik maakte van de geslaagde delen van het door Hammer gebouwde orgel. Het orgel is een vrije interpretatie van het concept van Compenius en hiermee bewijst Rudolf Janke, dat hij de barokstijl beheerst en toepast op de orgels die hij nu bouwt.

De verfijnde intonatie van Rudolf Janke werd door experts hoog gewaardeerd om zijn heldere klanken en bijzondere fluitregisters. Voor het vertolken van de Triosonates van Bach heeft dit orgel de fraaiste klanken. Het orgel is gebouwd met drie manualen en pedaal, waarbij elke divisie zijn eigen hoofdkoor heeft volgens het Werkenprizip. Daarnaast is een veelvoud aan prachtige soloregisters. In het totaal beschikt het orgel over 47 sprekende stemmen.

    Met dit orgel is bewezen dat de orgelbouwers de vakkennis van de bloeitijd van de Barok hadden herontdekt

                                                                                  zie:    Klanken van het Rudolf Janke orgel

III Unterwerk
Doppelgedackt            8'  
Quintadena                8’
Traversflöte               8’
Principal                    4’
Holzflöte                   4’
Quintflöte            2 2/3’
Hohlflöte                   2’
Terzflöte              1 3/5’
Sifflöte                     1’
Regal                       8’

Tremulant
Aanpassen aan de Huiskamer

Het orgel in Bückeburg laat dezelfde barokke klanken horen als de gerestaureerde historische barokorgels tussen 1600 en 1750. In Bückeburg is gekozen voor het Werkenprinzip, zoals Schnitger dat toepaste in zijn orgel in Zwolle. Hierbij heeft elk manuaal een volledig Plenum, maar de volumes verschillen in grote mate. In die vorm heeft Jiri Zurek ze in de samples opgeslagen, maar in een huiskamer moeten ze aan de kleine ruimte worden aangepast.

In de kerk zijn die verschillen in balans met de grote akoestische ruimte en de registers zijn daar passend op geïntoneerd. Een register van het Hauptwerk is nergens in de kerk te luid, maar ook zorgt de intonatie van het Unterwerk er voor dat elk register, hoe zwak ook, toch overal is te horen.

In de huiskamer zijn de voordelen van een grote ruimte afwezig en daarom moeten het verschil tusasen luide en zwakke registerd worden verkleind.

In mijn boek Klanken in de Huiskamer staat de werkwijze beschreven. Dit boek is gratis verkrijgbaar als het wordt aangevraagd met het volledige postadres. Vermeld ook dat het boek wordt gebruikt voor het Rudolf Janke orgel in Bückeburg.

Sample Set  van Sonus Paradisi

Enkele jaren geleden maakte ik kennis met het Rudolf Janke orgel in Bückeburg. Uit historisch onderzoek was vastgesteld, dat de orgels uit de baroktijd het hoogtepunt van muzikale zeggingskracht hadden bereikt. In het laatste kwart van de 20e eeuw waren de orgelbouwers weer in staat pijpen te maken die gelijkwaardig klonken aan de goed bewaarde orgels van de barok. Jürgen Ahrend heeft zijn kennis toegepast bij de restauraties van historische orgels. Ook Rudolf Janke behoorde tot de vakmensen die het hervonden ambacht kon toepassen, door het bouwen van orgels in grootse stijl. Zijn opus 114 was het orgel in Bückeburg.
Rudolf Janke is een tijdgenoot van Jürgen Ahrend en beiden leerden het maken van orgels bij Paul Ott in Göttingen.

Tegenwoordig passen de orgelbouwers worden nieuwe orgels gebouwd in de worden nu in de barokstijl gebouwd met pijpen die alle goede eigenschappen van de historische orgels bezaten. De pijpen spreken vlot aan en laten ontspannen klanken horen. Een van de eigenschappen is hun stabiliteit, eenmaal gestemd blijven ze de stemming vasthouden. Jaarlijkse stembeurten zijn overbodig. Het bespelen van het orgel in Bückeburg was een muzikaal genoegen door de onmiddellijke toonaanzet die zelfs de kortste toontjes van muzikale versieringen moeiteloos laat horen.

Grote verwachtingen had ik van de sample set die Jiri Zurek van dit orgel aanbood en bestelde de set onmiddellijk. Toen ik de samples had geïnstalleerd wist ik goud in handen te hebben. Veel pijpen heb ik in barokstijl geïntoneerd en ik herkende deze stijl in deze klanken die perfect in de samples zijn opgeslagen. Vanzelfsprekend gebruik ik uitsluitend de DRY-samples, de opnamen die dicht bij de pijpen zijn gemaakt. Het is dan ook absoluut noodzakelijk om de volledige set te kopen, anders ontbreken er veel DRY samples.
Met een IR opname wordt de akoestiek van de kerk realistisch overgebracht naar de huiskamer. De nagalm is hier 3 seconden en Jiri Zurek heeft daar passende IR opnamen voor.

Magistrale klanken maken grote bestanden noodzakelijk

Na een druk op de toets spreekt de pijp onmiddellijk aan. De aanzet van de toon is duidelijk hoorbaar en markeren vlot gespeelde korte tonen en versieringen. Bij tonen die lang worden aangehouden is een groeiende Gravität hoorbaar. Het akkoord gaat steeds dieper klinken. Vrijwel geen sample set is in staat dit naar de huiskamer over te brengen, maar deze samples doen dat wel. In een akkoord is hoorbaar hoe de diepte toeneemt. Wat ik in Bückeburg hoorde, klinkt nu in mijn huiskamer.

Om deze magistrale klankrijkdom en Gravität naar de huiskamer over te brengen is het groot databestand nodig en dat vergt nu eenmaal meer tijd om te laden. Maar het is noodzakelijk om de schitterende klanken over te brengen.

                                                                                                                                       zie:  Sonus Paradisi

start
huisorgel
hauptwerk
martini
buckeburg
prytanee
ludingworth
klapmeyer
noordwolde1
noordbroek
convolutie
intonatie
schnitger
bader
sample sets
boekenhw
tafelpositief
boeken over orgebouw
betellen van boeken
metalen pijp maken
prestant
holpijp
mini-orgel