orgel constructies
Zwelkast - Schwellkasten

Tussen huisorgels en kerkorgels bestaan grote verschillen. Eén ervan is de functie van de orgelkast. Bij een kerkorgel dient deze de klank te versterken en te richten op de ruimte waar de toehoorders zich bevinden; de kerk of de concertzaal. Een tweede functie is dat de pijpklanken zich moeten kunnen mengen. De klankkleuren die de verschillende pijpen individueel voortbrengen moeten tot één klank worden samengesmeed. Boventonen uit verschillende bronnen die dezelfde toonhoogte hebben, moeten de gelegenheid krijgen met elkaar te versmelten.

De kast van een huisorgel mag geen versterkend effect hebben, meestal is de organist de enige luisteraar. Eventuele toehoorders bevinden zich altijd op korte afstand van het orgel. Bij samenspel met andere instrumenten verandert er niets aan deze situatie, de medespelers bevinden zich ook in de nabijheid van het orgel. Klankversterking is onnodig, integendeel, soms is enige demping wel gunstig om ongewenst kastresonanties te voorkomen. Indien de kast wordt geopend om de pijpen te kunnen stemmen, mag dat geen verstemming van de pijpen veroorzaken. Een bepaalde mate van kastdemping voorkomt ongewenste reflecties.

De tweede functie van een kast, menging van de pijpklanken, is hier nog belangrijker dan bij een kerkorgel. Zelfs bij het ontbreken van een kast bij een kerkorgel zorgt de grote afstand tussen pijpen en toehoorders voor menging van de klanken. De kast van een huisorgel moet er voor zorgen dat de pijpklank nooit rechtstreeks de oren van de toehoorder(s) bereikt. Een viool komt ook niet tot zijn recht als de luisteraar zijn oren vlak boven de f-gaten houdt, een vleugel wordt niet beluisterd door het hoofd onder de klep te houden. Bij geluidsgolven is afstand een noodzakelijke factor bij de klankvorming.

schuif - schieber
schuif half open - schieber half offen

Langjarig onderzoek naar de effecten van een orgelkast hebben mij geleerd dat de huisorgelklank het beste tot zijn recht komt in een geheel gesloten kast. De menging van de klanken van de gekozen registers is dan optimaal, de vaak te grote luidheid krijgt een egaliserende demping. Kleine ontstemmingen worden beter verdraagbaar. Indien de kast wordt gebouwd als zwelkast geeft dat dynamische mogelijkheden aan de klank. Dat kan door het openen van dak, bij mijn orgel gebeurt dat heel effectief door een schuif achter de lessenaar te openen. Een tweede mogelijkheid is het openen van de zijdeuren onder een hoek van 45 graden. Het uitgestraalde klankveld is dan niet alleen luider maar heeft ook een grotere breedte.

Schwellkasten

Zwischen Hausorgeln und Kirchenorgeln besteht ein großer Unterschied. Vor allem bei der Verwendung des Orgelgehäuses. Die Funktion des Gehäuses einer Kirchenorgel ist der Klang zu verstärken und zu richten auf den Raum wo die Zuhörer sich befinden; die Kirche oder der Konzertsaal. Eine zweite Funktion ist die Mischung der Schallquellen. Die Klangfarben der unterschiedlichen Pfeifen müssen harmonierend gehört werden. Obertöne aus unterschiedlichen Quellen, aber mit derselben Tonhöhe, müssen die Möglichkeit zum Verschmelzen geboten werden.

detail schuif - schieber

Das Gehäuse einer Hausorgel darf kein verstärkender Effekt haben, meistens ist nur der Organist anwesend oder er hat einige Zuhörer die sich in der Nähe der Orgel befinden. Zusammenspielen mit anderen Instrumenten ändert nichts an dieser Situation; die Musiker befinden sich auch nah an der Orgel. Klangverstärking ist nicht nötig, im Gegenteil, manchmal ist einige Dämpfung günstig, damit unerwünscht Kastenresonanzen verhütet werden. Wenn das Gehäuse zum Stimmen der Pfeifen geöffnet wird, darf es keine Verstimmung der Pfeifen hervorrufen. Dämpfung in gewissem Maße hat hier einen günstigen Effekt.

Die zweite Funktion des Gehäuses, Mischung der Pfeifenklänge, ist hier noch wichtiger als bei einer Kirchenorgel. Selbst wenn ein Kirchenorgelgehäuse fehlt, sorgt der große Abstand zwischen Pfeifen und Zuhörer dafür, dass die Klänge mischen. Aber das Gehäuse einer Hausorgel muss eine direkt Verbindung zwischen Pfeifenklang und Ohren der Zuhörer vorbeugen. Eine Geige erklingt nicht gut, wenn ein Hörer seine Ohren sofort oben der f-Löcher steckt; ein Flügel wird nicht mit dem Kopf unter der Klappe belauscht. Für Tonwellen ist Abstand ein notwendiger Faktor bei der Klangbildung.

schuif open - schieber offen

Langjährige Untersuchungen nach dem Effekt des Orgelgehäuses haben mir gelernt, dass eine Hausorgel am besten erklingt in einem ganz geschlossenen Gehäuse. Die Mischung der Klänge der gewählten Register ist dann optimal, die oft zu große Lautheit erhält eine egalisierende Dämpfung. Winzige Verstimmungen werden erträglich. Wenn das Gehäuse gebaut wird als Schwellkasten, ergibt es den Klang dynamische Möglichkeiten. Das geht durch öffnen des Dachs; bei meiner Orgel geschieht es sehr effektiv durch öffnen einer Schieber hinter dem Notenpult. Eine zweite Schwellmöglichkeit bietet das 45 Grad Öffnen der Seitentüre. Das abgestrahlte Klangfeld wird nicht nur lauter, aber erhält auch eine größere Breite.

 

schuif dicht - schieber zu
subheader
pagina orgelbouw