Trost-Orgel in Waltershausen

Heinrich Gottfried Trost  bouwde in 1730 een groot orgel voor de Evangelisch Lutherse Stadtkirche  in  Waltershausen. Met 53 registers is dit het grootste Barokorgel van Thüringen

Het orgel is grotendeels in de oorspronkelijke staat van 1730 bewaard gebleven en ruim 70% van de door Trost gebouwde pijpen zijn nog in originele staat. Toen Johann Sebastian Bach in 1739 het Trost-orgel in Altenburg heeft bespeeld heeft hij zijn hoge waardering heeft uitgesproken voor de prachtige klanken en het goede vakmanschap van Heinrich Trost.

Gedocumenteerd is dat Bach het klankenpalet van Trost-orgels met veel achtvoets en viervoets registers bijzonder geeigend vond voor zijn composities. Deze registers zijn goed met elkaar te combineren tot steeds weer andere klanken, waarbij Bach een voorkeur toonde voor Viola-klanken in acht- en viervoetsligging. Een Subbas 16’ plus een Violon 8’ achtte hij de ideale pedaalondersteuning voor zijn koralen.

Bach was als adviseur nauw betrokken was bij bouw van Midden-Duitse orgels, die zich anders hebben ontwikkeld dan de Noord-Duitse. De specifieke eigenschappen van het Midden-Duitse orgeltype zijn onlosmakelijk verbonden met Bach als organist, die zich voor zijn orgelcomposities heeft laten inspireren door de orgels die in Thüringen werden gebouwd.

Daarom zijn de orgels van Heinrich Trost waardevolle referenties bij het uitvoeren van orgelmuziek van Bach en worden Trost-orgels beschouwd als de meest authentieke Bach orgels.

Het orgel werd in 1724 – 1730 door Heinrich Gottfried Trost gebouwd en heeft de tijd zonder grote wijzingingen overleefd. In de jaren 1994-1998 werd het door Orgelbau Waltershausen gerestaureerd en volledig teruggebracht naar de toestand van 1730. Het is een typisch instrument van de Thüringer orgelbouw stijl met registers zoals een Violonbass, Terstmixturen, meerdere Sesquialtera’s en strijkende registers.

Bron: Dr. Felix Friedrich, organist in Altenburg

    Brustwerk
 1. Gedackt           8’
 2. Nachthorn        8’
 3. Principal           4’
 4. Flöte douce      4’
 5. Nachthorn        4’
 6. Gemshorn         4’
 7. Spitz-Qvinta     3‘
 8. Nassad-Qvinta  3‘
 9. Octave            2‘
10. Sesqvialtera  2 fach
11. Mixtura         4 fach
12. Hautbous         8’
    Oberwerk
 1. Flöta Dupla         8´
 2. Vagarr               8´
 3. Flöte travers      8’
 4. Hohl-Flöte          8‘  5. Lieblich Principal  4’
 6. Spitzflöte           4’
 7. Geigenprincipal    4’
 8. Gedackt-Qvinta   3‘
 9. Wald-Flöte          2‘
10. Vox Humana        8‘

twee Cimbelsterren, één in C de andere in G gestemd
     Pedal
 1. Groß Principal      16’
 2. Sub-Baß             16’
 3. Violon-Baß          16’
 4. Octaven-Baß        8’
 5. Celinder-Qvinta     6’
 6. Posaunen-Baß     32’
 7. Posaunen-Baß     16’
 8. Trompetten-Baß   8’

 9. Qvintadena-Baß   16’ Trans
10. Viol d’Gamben-Baß 8’ Trans
11. Portun-Baß          8’ Trans
12. Super-Octava      4’ Trans
13. Rohr-Flöten-Baß   4’ Trans
14. Mixtur-Baß    6 fach Trans
  Hauptwerk
 1. Portun-Untersatz  16’
 2. Groß Qvintadena   16‘
 3. Principal                8‘
 4. Gemshorn              8‘
 5. Viol d’Gambe          8‘
 6. Portun                  8‘
 7. Qvintadena           8‘
 8. Unda Maris            8‘
 9. Octave                 4‘
10. Salcional              4‘
11. Rohr-Flöta            4’
12. Celinder-Qvinta     3’
13. Super-Octava       2’
14. Sesqvialtera    2 fach
15. Mixtura          8 fach
16. Fagott               16’
17. Trompetta           8’
   Deutsch
Trost  orgel
Het ideale orgel voor de orgelwerken van Bach

Welk orgel heeft de beste klanken om de muziek van Johann Sebastian Bach te vertolken? Het antwoord op die vraag is afhankelijk van de persoonlijke opvattingen van de organist die het werk interpreteert. Over wat Bach zelf zou hebben gekozen is niet zoveel bewaard gebleven.

Een Bach-kenner als Ewald Kooiman heeft drie keer alle orgelwerken van Bach opgenomen en hij koos daarvoor de klankkleuren van orgels in Midden Duitse Regio. Silbermann-orgels van de Elzas en een enkele opname op Silberman-orgel van de Petrikirche in Freiberg. Ook het Holzhey-orgel van Weissenau heeft prachtige klankkleuren voor de muziek van J.S.Bach.

Ewald Kooiman koos ook het Heinrich Trost Orgel van Waltershausen voor een deel van zijn integrale bespeling van de orgelwerken Bach. Johann Sebastian Bach heeft dit orgel bespeeld, evenals het Trost Orgel in Altenburg en hij achtte de klanken heel representatief voor zijn orgelwerken.

Omdat Bach dit zelf heeft uitgesproken en dat is gedocumenteerd, worden de orgels van Trost beschouwd als instrumenten, die het dichtst bij het klankbeeld staat dat Bach zich van een orgel voorstelde. Trost-orgels zijn uiterst waardevol als referentie-instrumenten waar het gaat om de weergave van orgelwerken van Bach en ook van zijn leerling Johann Ludwig Krebs.

    English
Heinrich Gottfried Trost

Het oeuvre van Heinrich Gottfried Trost wordt gekenmerkt door een rijke fantasie, het verlangen om te experimenteren en enthousiasme om klankschoonheid na te streven. Dit schoonheidsideaal is te zien aan orgelfronten van de orgels in Waltershausen en Altenburg getekend door Johann Eberhard Strasbourg, architect van het hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg. Opvallend zijn de prachtige details in de overvloedige aangebrachte sculpturen tussen de pijpvelden.

Tegenover de heldere boventoonopbouw bij de pijpen van Gottfried Silbermann had Trost een voorkeur van een dispositie van grondstemmen, divers soorten strijkende stemmen en veel fluitregisters, die hij in talloze variaties heeft gebouwd. Zijn orgels hebben alle eigenschappen van de Thüringer orgels in die tijd als ook de specifieke stijl die Heinrich Trost kenmerkte: nadruk op de grondtonigheid en tegelijk Gravität, een groot aantal achtvoet labiaal registers in de manualen, extreme mensuurverhoudingen, veel transmissies van het hoofdmanuaal naar het pedaal, tertsmixturen,  merkwaardig registersoorten zoals Unda maris (anders dan in de romantiek), Dubbelfluit, Vagarre, maar ook typische autochtone stemmen uit Thüringen: Violonbas, Viola da gamba, Flöte douce, Cymbelsterren en Klokkenspel.

Met zijn vooruitstrevende en soms ongebruikelijke concepten fascineerde hij met name de Bach-leerling Johann Friedrich Agricola, die in zijn jeugd getuige is geweest van de bouw van de Trost-orgel in Altenburg. Agricola werd geboren in het dorpje Dobitschen en bracht zijn schooltijd door Altenburg. In zijn latere publicaties schrijft hij steeds gedetailleerd over de bouwstijl van Heinreich Trost. Agricola was ook diep onder de indruk van de kenmerkende klanken van het Trost-orgel en schreef: "Ik heb in Altenburg de Liefelijk Gedekt, de Vugara, de Quintadeen en de Holfluit gehoord, allemaal 8 voetregisters, de samenklank had een uitzonderlijke schoonheid."

Tegenover Praetorius verbod om overeenkomende stemmen samen te gebruiken, begon hier de weg naar de galante stijl met een sensibele en delicate esthetiek van de late 19e of begin 20e eeuw. Daaraan kan men zien hoe modern Heinrich Trost was met zijn orgels in de eerste helft van de 18e eeuw; zo modern dat men zich daarmee nog in de 19e eeuw kon identificeren.

De Altenburger Hoforganist Wilhelm Stade (1817-1902) pleitte voor de wederopbouw van de Trost-orgel door Friedrich Ladegast en schreef in zijn rapport:

"Het orgel van de Schlosskirche Altenburg is met recht een van de beste Orgels van Duitsland, door de glans en de kracht de uitzonderlijke bassen met de karakteristieke subtiele intonatie van de afzonderlijke stemmen; de degelijkheid van het werk laat niets te wensen over".

De naam Trost staat voor een stijl, die aan de ene kant ontvankelijk was voor technische innovaties in de orgelbouw en aan de andere kant een zeer subtiele en gevoelige orgelklank nastreefde. De akoestische voorwaarden van de Thüringse kerken met een interieur met meerdere galerijen en de typische tongewelven maakten een grondtonige klank noodzakelijk, die Trost invulde met een groot aantal grondstemmen en tertsmixturen.

Het orgel moest in staat zijn andere instrumenten te ondersteunen en de basso continuo functie te vervullen. Met de registers van de Viola da Gamba 8' en de Flaute travers 16' kon dit optimaal worden gerealiseerd, zodat ander bas instrumenten niet nodig waren.

De Tongwerken van Trost zijn gemaakt met uit hout gedraaide kelen. Door hun helder boventoonspectrum en hebben ze een duidelijke cantus-firmus functie. Het volume is bescheiden en ze domineren niet in de samenklank, maar versmelten helemaal met de registers uit labiaalpijpen.

Voor zijn meesterwerk, het Altenburger Schloss-Orgel, kreeg Heinrich Gottlob Trost unaniem lof van Johann Sebastian Bach, Johann Ludwig Krebs, Gottfried Heinrich Stölzel, Gottfried Silbermann en Friedrich Ladegast. De orgels in Altenburg, Großengottern, de Schlosskirche van Eisenberg en zijn grootste orgel, dat van Waltershausen zijn behouden gebleven en tonen nog steeds op indrukwekkende wijze de vaardigheid van een grote orgelbouwer.
Bron: Dr. Felix Friedrich, organist in Altenburg

start
hauptwerk
intonatie
haupthuis
mini-orgel
tafelpositief
praktijkboek
sample sets
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites