
Orgelpijpen zijn gemaakt van orgelmetaal, een mengsel van lood en tin. Het is het geëigende materiaal voor het verkrijgen van glanzende klanken. De muzikaliteit van de orgelregisters uit zich in het resoneren van de kenmerkende boventonen. Door het orgelmetaal naar boven toe dunner te schaven wordt deze resonantie bevorderd. Naast deze zingende registers heeft een orgel als contrast ook een enkel register met een fluitklank, een klank met weinig boventonen. Dat beperkt zich tot de Holpijp en de Subbas; door het geringe aantal boventonen is de gewenste klank ook met houten pijpen te bereiken. Dat de klank van de houten pijpen warmer zou zijn en meer geschikt voor een huisorgel is een fabeltje. Het tegendeel is gemakkelijk te bewijzen.
Amateurorgelbouwers maken bij voorkeur alle pijpen van hout in de veronderstelling dat het moeilijk zou zijn om de pijpen van metaal te maken. Een onjuiste veronderstelling, het maken van metalen pijpen is gemakkelijker en economischer. Bovendien zijn pijpen van metaal heel genuanceerd te intoneren tot glanzende klanken. Het is absoluut onmogelijk deze klank met houten pijpen te bereiken. Als alle pijpen van hout worden gemaakt zijn er te weinig boventonen om een mooie glanzende orgelklank te bereiken. Een vakorgelbouwer zal slechts bij uitzondering een register met houten pijpen maken.
De mooiste klank van een orgel is die van de Prestant. Het is de fundamentele klank van het orgel en deze is uitsluitend met metalen pijpen te bereiken. Metalen pijpen geven op natuurlijke wijze een mooie prestantklank. Het geldt ook voor de fijnzinnige klank van de Viola di Gamba. Met conische pijpen zijn subtiele klanken te verkrijgen, zoals de Gemshoorn, de Spitsfluit en de Nasard. Het kost enige moeite om van hout conische pijpen te maken. Voor metaal maakt het niet uit of het rond een cilindrische of een conische vorm wordt gebogen.
Om pijpen van hout te maken is een cirkelzaag noodzakelijk, gevolgd door een schaafmachine, een boormachine, eventueel ook nog een frees en een bandschuurmachine. Het maken van metalen pijpen gebeurt echter in een weldadige rust. De pijpenmaker zit aan een tafel en snijdt het metaal op maat. De pijp krijgt zijn vorm door de plaat rond een cilinder te buigen, waarna de naad door solderen wordt gesloten. Een soldeernaad heeft geen droogtijd nodig, ook dat is een voordeel tegenover een lijmnaad.
Het gereedschap is slechts een soldeerbout, een kleine schaaf voor de kernfase, een schraapmes om de V-vormige naad aan te brengen, een scherp mes om de opsnede te maken en een polijststaal om het labium te vormen. Na het schoonwassen zijn de pijpen klaar voor de intonatie, wat bij metalen pijpen uiterst fijnzinnig kan gebeuren. Metalen pijpen zijn ook- indien gewenst - tot zachte en verstilde klanken te intoneren. De luidsterkte hangt slechts af van de winddruk en waar houten pijpen zich bij een lage winddruk moeilijk tot een optimum laten intoneren, blijkt de buigzaamheid van het metaal hier in het voordeel te zijn. Mijn tafelpositief met metalen pijpen heeft aan 25 mm WK voldoende voor een rustige en toch dragende orgelklank.
Beschouw het maken van metalen pijpen niet als een sprong in het ongewisse. De houtbewerker dient zich een nieuwe techniek eigen te maken en zal tot zijn verwondering merken hoe snel dit is te leren. Het staat uitvoerig tot in het kleinste detail beschreven in Bouw van een Orgelpositief en een praktische hulp wordt geboden in de instructiefilm op DVD. Dan zal blijken dat het maken van metalen pijpen gemakkelijker is dan houten pijpen, bovendien gaat het sneller. Het boek en de film zijn te bestellen bij Boeijenga (zie bestellen van orgelboeken) of stuur een e-mail naar John Boersma. Het belangrijkste is dat metalen pijpen heel genuanceerd zijn te intoneren tot een verfijnde klank, die met pijpen van hout onmogelijk is te bereiken. Het is eenvoudig uit te proberen met het maken van een pijp van lood van de loodgieter. De temperatuur waarbij lood begint te smelten ligt ver boven de temparatuur van het soldeertin. Door dit verschil is het solderen een werkje dat zonder risico door iedereen is te doen. De overtuigende klank van deze pijp beloont de maker.
getekenende werkwijze
Klänge aus Blei und Zinn - Klänge einer Orgel
Orgelpfeifen sind hergestellt aus Orgelmetall, eine Mischung von Blei und Zinn. Es ist das geeignete Material für das Erhalten der glänzenden Klänge. Die Musikalizeit der Orgelregister äußert sich im Resonieren der kennzeichnenden Obertöne. Das Resonieren wird gefördert wenn das Metall nach oben dünner wird gehobelt. Neben die singenden Register hat die Orgel als Kontrast auch ein einziges Register mit einem Flötenklang; ein Klang mit wenig Obertönen Es beschränkt sich bis die Hohlpfeife (Gedackt) und der Subbass; wegen einer geringe Anzahl Obertöne ist den gewünschten Klang auch mit hölzernen Pfeifen zu erhalten.
Der Klang der hölzernen Pfeifen sollte wärmer sein und mehr geeignet für eine Hausorgel, sagt man, aber das ist ein Märchen. Das Gegenteil lässt sich leicht beweisen.
Amateurbauer herstellen am liebsten alle Pfeifen aus Holz in der Unterstellung, dass die Anfertigung der Metallpfeifen schwierig sein sollte. Eine falsche Annahme, die Herstellung der Metallpfeifen ist leichter und ökonomischer. Darüber hinaus sind Metallpfeifen sehr nuanciert zu intonieren bis verfeinerten Klängen. Es ist absolut unmöglich diesen Klang mit Holzpfeifen zu erregen. Wenn alle Pfeifen aus Holz hergestellt werden gibt es zu wenig Obertöne zum erhalten eines schönen und glänzenden Orgelklangs. Ein Fachorgelbauer werde nur ausnahmsweise ein Register aus Holzpfeifen herstellen.
Das schönste Register, das ein Orgelbauer sich wünschen könnte ist zweifellos der Prinzipal. Grundsätzlich ist es nur mit Metallpfeifen möglich einen richtigen Prinzipalklang zu erhalten. Mit Metallpfeifen wird auf natürlicher Weise einen schönen Prinzipalklang erhalten. Metall ist das geeignete Material für diesen Klang. In hohem Maße gelten diese Eigenschaften bei den engen Mensuren mit ihren subtilen Klängen wie die Viola di gamba. Eine besondere Reiß haben konische Pfeifen wie Gemshorn, Spitzflöte oder Nasard, aus Metall ist die Anfertigung nicht schwieriger als zylindrische Pfeifen. Das verfällt wenn Holz als Pfeifenmaterial wird verwendet.
Zum Bearbeiten der Holzpfeifen ist ein Kreissäge notwendig, danach folgt einen Hobelmaschine, einen Bohrer, gegebenenfalsch auch noch einen Fräsmaschine und ein Bandschleifapparat. Beim Löten von Metallpfeifen herrscht eine wohltuende Ruhe. Kein Lärm der Kreissäge, Oberfräse und Hobelmaschine. Der Pfeifenmacher setzt sich am Tisch und schneide die Metallplatten zu. Danach werden diesen in zylindrische und konische Formen gebracht und gelötet. Die Lötnaht benötigt keine Trockenzeit.
Die Werkzeuge sind nur ein Lötkolben, ein kleiner Hobel für die Kernphase, ein Schabmesser für die V-förmige Rille, ein scharfes Messer zur Anbringung des Aufschnitts und ein Polierstahl zum Eindrücken des Labiums. In kurzer Zeit entstehen so die Pfeifen. Nach dem Abwaschen der Farbe sind die Pfeifen fertig zum Intonieren, was bei den Metallpfeifen äußerst feinsinnig geschehen könnte. Metallpfeifen sind auch leiser und zarter zu intonieren als Holzpfeifen, da die Lautheit vor allem den Winddrück abhängig ist. Beim niedrigen Winddruck ist es schwierig die Intonation der Holzpfeifen auf den Bestpunkt einzustellen. Mein Tischpositiv mit Metallpfeifen braucht nur 25 mm WS.
Betrachte die Herstellung von Metallpfeifen nicht als ein Schritt ins ungewisse. Der Holzbearbeiter sollte sich eine neue Technik eigen machen und werde sich wundern wie schnell es gelernt ist. Diese Technik ist umfassend bis ins kleinste Detail beschrieben in Bau eines Orgepositivs. Eine praktische Handreichung wird geboten mit einem Film auf DVD mit Deutschem Untertitel. Dann werde sich erweisen, dass die Herstellung von Metallpfeifen leichter und ökonomischer ist dann Holzpfeifen, darüber hinaus geht es schneller. Buch und Film sind erhältlich bei Boeijenga (siehe Boek bestellen) oder schicke eine E-Mail an John Boersma. Wichtig ist, dass eine Metallpfeife sich sehr nuanciert intonieren lässt bis einem verfeinerten Klang, die mit Holzpfeifen unmöglich zu erreichen sind. Es ist einfach auszuprobieren mit der Herstellung einer Pfeife aus Blei vom Klempner. Das Blei schmilzt erst bei 330 Grad und Lötzinn schon bei 190 Grad. Deswegen ist es eine risikolose Arbeit. Der überzeugende Klang ist eine Belohnung für den Hersteller.
Arbeitsweise in Zeichnungen
Sounds from Lead and Tin - Sounds of an organ
Organ pipes are made of Organ metal, a mixture of lead and tin. It is the suitable material to get brilliant sounds. The musicality of organ stops expresses itself by resonating the characterizing overtones. These resonating are supported by planning the metal thinner to the top. Besides these singing stops an organ has in contrast some stops with flute sounds, a sound with little overtones. It is limited to the Stopped Diapason and the Subbass; through lack of overtones the sound can be get from wooden pipes. The manufacturers of wooden organs claim that the sound of wooden pipes should be warm and more suitably for chamber organs, but that is a fairy tale; it is easy to prove the contrary.
Amateur Organ builders have a preference to make all the pipes of wood. They think the construction of metal pipes should be too difficult, but that is incorrect. On the contrary, making pipes of metal is easier and economically. Besides, metal pipes can be voiced very sensitively to delicate sounds. It is absolute impossible to reach this sound with wooden pipes.
If all the pipes are made of wood there are too few overtones for a fine and brilliant organ sound. A professional organ builder will just as an exception makes a stop with wooden pipes.
The most beautiful sound of an organ is the Principal stop. On principle a good sound can only be reached by metal pipes. Using metal pipes gives the sound naturally. Metal is the right material for the sound of the Principal as it is for the delicate sound of the Viola di Gamba. Conical pipes like the Gemshorn are popular for their subtle sounds. With metal the shape is not difficult to get; bending the plate round a conical form is not more difficult as bending it round a cylindrical form.
To make wooden pipes you need a circular saw, followed up by a shredder machine, an electric drill, and perhaps a milling machine and a sander. However, the construction of metal pipes happens in a salutary calmness. The pipe maker sits at the table and cuts the metal to the right sizes. He gives the metal its right shape to roll it around a cylinder and closes the seam by soldering. A soldering seam doesn’t need time to dry or to harden, a big advantage compared to the glued seams of wooden pipes.
The tools are limited, just al soldering iron, a small plane to give the languid a 60 degrees angle, a small Stanley knife and a burnishing steel for molding the labium shape. After cleaning the pipes are ready to be voiced with a great refinement, impossible for wooden pipes. If desired, metal pipes can be voiced to more gentle and sensitive sounds. The loudness is just dependable of the air pressure like wooden pipes, but where the wooden pipe reaches his end, the metal pipe can bended more into the weak air flow and it will still sound. An air pressure of 25 mm is sufficient for my small table positive.
Don’t see the making of metal pipes as a jump in the uncertainty. The wood worker should learn a new technique and he will be amazed how quick he is a skilled worker. To learn it is written extensively in the book Building a Positive organ and there is an instruction film on DVD with English subtitles available (see boekbestellen) or sent an e-mail to:
John Boersma. It is impossible to reach this with wooden pipes. Besides, metal pipes can be voiced very sensitively to delicate sounds. A try out is easy to do with a pipe of lead from the plumber as drawn at
the drawing page


![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |