De Klank van een Huisorgel

Een huisorgel heeft een klank die nauw verwant is aan een kerkorgel.
Deze pagina gaat in op de specifieke verschillen die er tussen deze orgels bestaan.


Klank en akoestiek
Op de laatste pagina van deze website - Klank en Akoestiek - wordt uitvoerig ingegaan op de onverbrekelijke relatie die er bestaat tussen klank en akoestiek. Hoe dit bij de huisorgelklank past is het onderwerp van deze pagina. Door het indrukken van een toets ontstaat een toon tussen de kernspleet en het labium. Deze toon resoneert in het corpus van de pijp. Het wordt er door versterkt maar ook gekleurd, omdat niet alle deeltonen dezelfde mate van versterking ondergaan. Zo ontstaat de klank die de omgevende lucht in de kast en ook daarbuiten in een golvende beweging brengt – als een steen in het water – waarbij de golflengte afhankelijk is van de toonhoogte van de grondtoon. Voor lage tonen betekent het dat er voldoende ruimte moet zijn om deze golf te kunnen vormen. Weerkaatsing tegen wanden is een onderdeel van dit proces, waarbij dempende factoren als gordijnen of vloerbedekking een nadelig effect uitoefenen. Dit fenomeen heet akoestiek en het is een belangrijke factor bij de klankvorming.

                     Zonder akoestiek geen muzikale schoonheid

Prestant 8'
Een orgel is naar zijn aard gemaakt voor bespeling in een grote ruimte, een concertzaal of een kerk. Het voornaamste register is de Prestant 8’ met de van oudsher oorspronkelijke klank van een orgel. De Prestant is het enige register dat geen klankverwantschap heeft met een orkestinstrument. De klank heeft een uitgewogen balans tussen kracht, helderheid en poëzie. Door zijn kracht toont de stem zijn aanwezigheid, het geeft diepte en sonoriteit. De boventonen met hun onderlinge verhoudingen zorgen voor helderheid, zij maken de klank doorzichtig. Poëzie laat zich wat moeilijker beschrijven, het is een mix van charme, verleiding en betovering. Het maakt de klank menselijker; mensen met een sterke persoonlijkheid stralen charisma uit.
Een Prestant is goed als het dezelfde eigenschappen heeft: een sterke persoonlijkheid, een stem met charisma, een stem die van iedereen aandacht krijgt. Een orgel klinkt optimaal als de Prestanten in alle voetmaten in het plenum zijn verenigd.
De eigenschappen van een Prestant maken de klank uitstekend geschikt is voor de begeleiding van een mannenkoor. Maar zoals de klank van een mannenkoor niet past in kleine ruimte, geldt dat ook voor de Prestant. Er is ruimte nodig voor de ontwikkeling van de klank.

Huisorgel
Een huisorgel zal in de regel niet in de ideale akoestische omgeving staan. Dit beperkt de keuze van de registers die voor een huisorgel geschikt zijn. Er is onvoldoende ruimte voor de ontwikkeling van de lage tonen van een 16 voets Subbas, als er al plaats is voor de omvang van deze grote pijpen. Een beperking in lage tonen houdt ook een beperking in hoge tonen in omdat er altijd een evenwicht in klanken moet zijn. Mixturen, cimbels of hogere aliquotstemmen (1 3/5 - 1 1/3) geven helderheid aan de totaalklank maar vergen een goede akoestische ruimte, anders wordt de klank schril en opdringerig. Bij mijn orgel in de woonkamer lag de grens bij een twee voets octaaf; een quint 1 1/3’ was akoestisch niet bruikbaar. Een ander orgel staat in de veel kleinere ruimte van mijn werkkamer, hier was een Nasard 2 2/3 nog net te verdragen, een Terts 1 3/5’ toevoegen om een Sesquialterklank te verkrijgen was niet mogelijk en ook een twee voets octaaf was teveel.

Registerkeuze
Een orgel zonder Prestant is geen orgel en daarom heb ik in beide orgels als belangrijkste register de Prestant 8’ gedisponeerd, waarbij het groot octaaf dan samengaat met de Holpijp 8’. Uit de ervaring die ik met de bouw van een tiental huisorgels heb opgedaan blijkt dat de discant van een Prestant 8’ in een woonkamer goed tot zijn recht komt. Ook het klein octaaf is, mits zorgvuldig geïntoneerd, in een kleine ruimte nog goed te verdragen. In het groot octaaf is een Prestant zowel om de pijpafmetingen als om de klank minder geschikt voor een huisorgel, tenzij het orgel in een zeer grote kamer staat en de klank niet wordt gehinderd door demping van gordijnen of vloerbedekking. Vaak is er onvoldoende plaats voor een achtvoets Prestant; in dat geval kan een viervoets Prestant een goede vervanger zijn, omdat de samenklank met de Holpijp 8' de klank van een achtvoets Prestant nabij komt.

Holpijp 8'
Een register dat altijd aanwezig is, zowel bij huis- als bij kerkorgels is de Holpijp 8’. Dit register heeft weinig boventonen wat de klank rond maakt; het sluit aan bij de stemmen van een vrouwenkoor. De Prestant vormt muzikaal een mooie tegenstem ten opzichte van de Holpijp. De combinatie van een Holpijp en een Prestant is ideaal voor een huisorgel, waarbij de Prestant dan bij te weinig plaats een viervoets ligging mag hebben. De Holpijp kan zijn ronde klank heel goed uit houten pijpen laten klinken, maar de Prestant moet boventoonrijk zijn en deze klank is uitsluitend met metalen pijpen te bereiken. De boventonen zijn nodig om een formant kunnen vormen. Een uitleg wat formantvorming is zou hier teveel plaats vergen, maar het is te beschouwen als een klankkleuring. Als de Prestantklank deze kleuring mist, dan ontbreekt de bovengenoemde factor ‘Poëzie’.
Het jarenlang experimenteren met de houten Prestantpijpen van het orgel in de Silberne Kapelle te Innsbruck heeft me geleerd, dat deze klank wel een zekere charme heeft, maar dat het toch niet de echte prestantklank laat horen. Orgelbouwers die het maken van metalen pijpen niet aandurven, kunnen met de door mij beschreven werkwijze de viervoets Octave-pijpen van de Silberne Kapelle namaken met de wetenschap, dat deze pijpen samen met de Holpijp de mooiste klankcombinatie vormen. Elk ander register dat samen met de Holpijp moet klinken is muzikaal minder aantrekkelijk.

Amateurs zijn niet gemakkelijk te overtuigen dat zij het maken van metalen pijpen heel goed kunnen leren. De mensen die het wel hebben gedaan, waren verrast over de fraaie prestantklank die de pijpen haast als vanzelf lieten horen.
Bouwers die zich toch liever met houten pijpen bezighouden, vinden in mijn boek “Huisorgelbouw in Beeld” een aantal registers die met houten pijpen zijn te maken. Bij het ontwerpen heb ik voor deze pijpen op een goede boventoonvorming gelet, zoveel als met houten pijpen is te bereiken. Zo is een orgel ontstaan dat optimaal functioneert in de akoestiek van de huiskamer.

Als tweede register naast een Holpijp kiest een amateur vaak een (Roer)Fluit 4’. Op zich is deze klank wel bruikbaar, maar omdat het vrijwel niet verschilt van de Holpijp zijn er betere klanken te kiezen om de beperkte ruimte van een huisorgel nuttig te vullen. Een viervoets fluitklank geeft voornamelijk slechts versterking van de achtvoets Holpijp. In een kleine ruimte een overbodige actie. Naast de ronde klank van een Holpijp is het verstandig een boventoonrijk register te disponeren. Een Quintadeen 4’ of een Gemshoorn 4’ is altijd beter dan een Fluit 4’, maar de beste keuze blijft de Prestant 4’. Metalen pijpen zijn te intoneren en tot de gewenste klank te brengen. De klank van een houten pijp ligt bij de bouw al vast, intoneren van een houten pijp is niet meer dan het corrigeren van fouten bij de bouw. Bij het intoneren van een metalen pijp is het mogelijk om het karakter indien gewenst nog te wijzigen. Hier kan een intonateur die zijn vak verstaat de klank naar een optimum voeren.

Ontwerp van een klein Huisorgel   (Secretaire-orgel)
Met deze uitgangspunten heb ik een klein huisorgel worden ontworpen. De matige akoestische omgeving vraagt om een aangepaste mensuur voor de pijpen. Daarom heeft dit orgel een achtvoetsregister en een viervoetregister met klankkleuren die elkaar aanvullen. Een Holpijp 8' is de perfecte basisklank maar dan mag de viervoet geen fluitregister zijn, want dat is tweemaal dezelfde klank. Naast een Holpijp is een Prestant 4' de beste keuze in de beperkte ruimte van dit orgel met de afmetingen van een secretaire. In de tijd van de kabinetorgels was het secretaire-orgel een geliefd orgeltype. Het vergde geen dominante plaats in een huiskamer, zoals dat nu vaak de reden is om voor een kistorgel te kiezen. Een geheel gesloten kast beperkt de luidsterkte en mengt de klanken beter. Het openen van deuren kan de luidsterkte zo nodig vergroten. In de gegeven ruimte is ook nog plaats voor een Nasard 3' in de discant als een heldere uitkomende stem.

Een Holpijp is het beste met houten pijpen te maken, maar voor een Prestant genieten metalen pijpen de voorkeur. Het maken ervan wordt in dit ontwerp uitvoerig beschreven en geïllustreerd. Om toch aan de wensen te voldoen van een orgelbouwer, die om welke reden dan ook, beslist alle pijpen van hout wil maken, is er een bouwwijze beschreven waar met hout een boventoonrijke klank wordt verkregen. De klank van een houten Prestant is niet gelijkwaardig aan een metalen prestant, maar is hier toch zo uitzonderlijk helder, dat het de beste keuze is om een mooie huisorgelklank te bereiken. Een orgel van dit type heb ik 30 jaar geleden gemaakt en sindsdien heeft niemand een orgel met houten pijpen gemaakt, die deze klank heeft overtroffen. Binnenkort verschijnt er boek met het ontwerp van dit kleine huisorgel.

In de regel worden voor huisorgelregisters engere mensuren gekozen dan voor kerkorgels. Helaas gaat dan de bedoelde klank verloren. Indien de mensuur van Prestant van een kerkorgel enger wordt gemaakt ontstaat de klank van een Viola. Als dat bij een huisorgel gebeurt zal deze Prestant ook niet anders doen dan een Violaklank laten horen. Voor een goede Prestantklank in een huisorgel is de mensuur van de Prestant van een kerkorgel nodig. De grote luidheid van dit register wordt thuis een stuk vriendelijker door een veel lagere winddruk en de daaraan aangepaste lagere opsnede. De pijpen moeten wel voor het huisorgel zijn gemaakt; pijpen van een kerkorgel zijn onbruikbaar, niet alleen om hun hoge opsnedes, maar ook andere eigenschappen van deze pijpen maken dat ze te grof zijn voor een huisorgel. In de praktijk is vastgesteld dat een mooie prestantklank voor een kerk vier halftonen onder normaal (-4 NM) moet liggen. Voor de huiskamer mag deze mensuur niet enger dan zes halftonen onder normaal (-6 NM) liggen. Het verloop naar de baspijpen en naar de discantpijpen moet aan een huiskamer zijn aangepast, waarbij de baspijpen een engere mensuur krijgen en de discant afhankelijk van de akoestische omstandigheden iets wijder mag zijn.

Akoestische ruimte
Het is onmogelijk om een orkest in een huiskamer op te stellen. Niet alleen om de plaats voor de musici, maar de orkestklank vereist een goede akoestiek. Door mijn werk in de TV studio’s had ik de gelegenheid een proef te nemen met een groot symfonieorkest. De gebruikelijke houten achterwand liet ik voorzien van zware gordijnen, zodat het orkest voor drie kwart door gordijnen werd omgeven. De musici hebben het vijf minuten uitgehouden, toen hielden ze op en verklaarden dat het hen niet mogelijk was in deze omgeving te spelen. Zij hoorden elkaar niet meer of in ieder geval anders dan zij het gewend waren. De akoestiek van de houten wand bleek een absoluut noodzakelijke factor bij het gezamenlijk musiceren.

Een CD van dat orkest kan wel in een huiskamer worden beluisterd. De noodzakelijke akoestische ruimte die bij de opname beschikbaar was, is op de CD vastgelegd. Zo wordt in de huiskamer een gesimuleerde ruimte geschapen waarin de noodzakelijke akoestische omstandigheden voor een orkestklank aanwezig zijn. Bovendien is het volume nu aan de kleine ruimte aan te passen. In werkelijkheid kan een orkest niet zo zacht spelen dat de geluidssterkte past bij een woonkamer. Ook wanneer er weinig instrumenten zijn die alleen maar kamermuziek voortbrengen, geldt toch dat ook kamermuzikale schoonheid niet in een akoestisch slechte ruimte tot stand kan komen.
Ontwikkeling van het elektronische orgel
Een groot voordeel van een digitaal orgel in een huiskamer is de akoestische ruimte. Organisten die een huispijporgel bezitten, kijken met enige afkeer naar digitale orgels. Toen 50 jaar geleden de eerste elektronische orgels werden geproduceerd was daar ook reden voor; de klank was ver verwijderd van de pijporgelklank. Vaak werden deze instrumenten gekocht door harmoniumbezitters, hoewel de mate van klankverbetering discutabel was. De elektronische orgels hebben wel bijgedragen aan het populair maken van kleine huispijporgels. Liever een paar echte registers dan een rij knopjes!
Het maken van elektronische orgels was een vak dat zich nog moest ontwikkelen. Om van het eerste pijporgel (Ktsebios 3 eeuwen voor Christus) tot een bruibaar muziekinstrument te komen was meer dan duizend jaar nodig. Het elektronisch orgel moest ook een ontwikkeling doormaken en die is pas in het digitale tijdperk goed op gang gekomen. Een digitaal orgel verschilt meer van een elektronisch orgel dan een piano van een klavecimbel. Het is een totaal ander muziekinstrument. Niet alle bedrijven slagen er in om de pijporgelklank adequaat naar een digitaal orgel te vertalen. Toch is het op dit moment mogelijk om een digitaal orgel te bouwen waarvan de eigenschappen van de klanken in alle opzichten overeenkomen met pijporgelklanken.


Johannus Orgelbouw

Bij Johannus Orgelbouw in Ede staat een orgel met pijpen en in dezelfde kast zitten luidsprekers die digitale klanken weergeven. De toetsen zijn willekeurig over beide geluidsbronnen verdeeld. Het is nog niemand gelukt om vast te stellen welke toetsen pijpen laten klinken en welke met luidsprekers zijn verbonden. Ik mocht zelf de toetsen aansluiten en wist dus welke toetsen de pijpen aanstuurden. Mijn gehoor is getraind doordat ik jarenlang pijpen heb geïntoneerd. Ik weet op welke nuances ik moet letten, niet alleen bij de klank, maar ook bij het aanspreken met de voorlopertonen en de ruisgeluiden. Toch kon ik absoluut geen verschil in klank waarnemen en moest ik met één hand het labium van een pijp afdekken om er zeker van te zijn dat het de pijp was die ik hoorde en dat het niet uit een luidspreker kwam. Goedkoop is het systeem niet, hoewel het beduidend minder kost dan een pijporgel. In overleg met de klant kan een orgel worden gebouwd - onder de naam Monarke - dat de kosten op een voor hem aanvaardbaar peil houdt. In ieder geval is bewezen dat het mogelijk is de pijporgelklank tot in de fijnste details te simuleren.
Kostenfactor
De factor kosten is belangrijk bij het maken van de keuze tussen een pijporgel en een digitaal orgel. Het bouwen van pijporgels is arbeidsintensief en dat maakt de prijs hoog. De amateur die zelf zijn orgel bouwt heeft alleen de materiaalkosten en dat geeft een aanzienlijke besparing. Een digitaal orgel dat in staat is de pijporgelklank te evenaren, vergt een veel hoger bedrag en zo liggen de afwegingen voor de keuze van een huisorgel op een heel ander niveau dan het kerkbestuur heeft als over de aanschaf van een kerkorgel moet worden beslist.

Akoestiekverbetering
Het is mogelijk om een pijporgel van microfoons te voorzien en op een convolutiegalmruimte aan te sluiten. Verschillende kerken met een slechte akoestiek zijn op deze wijze verbeterd. Misschien was de slechte akoestiek een fout van de architect of misschien heeft de orgelbouwer de plaats van het orgel verkeerd gekozen? De digitale oplossing heeft tevens het voordeel dat tegenstrijdige eisen die aan de akoestiek kunnen worden gesteld, n.l. moet het ideaal zijn voor spraak of voor muziek, nu allebei optimaal zijn te realiseren. Johannus Orgelbouw in Ede heeft al een grote ervaring opgedaan met de toepassing van deze techniek.

Dezelfde akoestiekverbetering is ook mogelijk voor een huisorgel. Gezocht wordt nog naar een praktische oplossing omdat de nieuwe techniek op dit moment nog niet 'custom made' leverbaar is.

   de bouw van een orgel mag niet het doel zijn, maar een middel om muziek te maken
Huisorgel en akoestiek
Het grote verschil met een huispijporgel is de akoestische ruimte. De eerste elektronische orgels hadden metalen veren (Hammond) als vertragingslijnen en konden zo een kunstmatige galm opwekken. Een fraai effect was het niet en ook de verbeterde systemen met elektronische vertragingslijnen deden erg gekunsteld aan. Voor minder dan 100 Euro zijn tegenwoordig kastjes te koop die een galm laten horen. Het is een slechte imitatie van echte akoestiek en niet bruikbaar om de orgelklank te verbeteren.

De moderne digitale techniek biedt ook hier een nieuwe weg om een realistische weergave te maken van de geluidsreflecties in een concertzaal of een kerk. In de ruimte waarvan men de akoestiek wil vastleggen, worden op meerdere plaatsen microfoons geplaatst. In het midden van de ruimte staat iemand met een alarmpistool. Het korte krachtige geluid klinkt en de microfoons registreren alle reflecties tegen wanden, pilaren, vensters en andere bouwkundige objecten die met elkaar de akoestiek van de ruimte bepalen. De parameters ervan worden opgeslagen in een geheugen en elke klank die daar later in wordt gestuurd, ondergaat dezelfde reeksen van reflecties. Dit heet convolutiegalm, waarbij het woord convolutie duidt op samenvouwen of verstrengelen. Het is een realistische weergave van de akoestiek van de betreffende ruimte, de ruimte is hier gesimuleerd.

In het betere digitale orgel staan meerdere gesimuleerde ruimtes ter beschikking, zodat de organist zelf kan bepalen of hij in een kleine kerk of in een grote kathedraal wil spelen. Naast de keuze van de ruimte heeft hij ook nog de effectiviteit van de galm in die ruimte in de hand. Bij teveel galm gaan de melodielijnen door elkaar lopen en bij polyfoon spel zijn de verschillende stemmen niet meer te volgen.

Muziekmaken
Musiceren is het uiten van emoties in klanken. De musicus kiest het instrument dat zijn emoties in klanken kan weergeven. Mijn orgel heeft pijpen die ik zelf heb gemaakt en geïntoneerd, waarbij gelet is op heel fijne nuances. Ze laten de klanken horen waarmee ik mijn muzikale emotie kan vertolken. Soms speel ik op een orgel dat, hoewel door anderen gebouwd, eveneens klanken produceert waarmee ik gevoel in klanken kan uitdrukken.

Als een digitaal orgel in staat is om muzikaal gevoel weer te geven met klanken zoals ik die van pijpen verwacht, is het een muziekinstrument met dezelfde waarde als een pijporgel. Wat ik hoor is belangrijk en niet wat de bron is. Veel factoren beïnvloeden de muziekbeleving en als slechts één van die factoren kunstmatig of gebrekkig overkomt, wordt het doel niet bereikt en is het instrument niet acceptabel. Dit betekent niet dat het technisch perfect moet zijn. Een fluitist blaast nooit een constante luchtstroom, de kleine onvermijdelijke variaties in de klank maken deze menselijker; er wordt een gevoel weergegeven. Door de aanblaasruis van een pijp levert deze evenmin een constante toon. Het is door de intonateur te beïnvloeden en die heeft gestreefd naar een muzikale expressie door een zekere imperfectie in de toon toe te laten. De intonateur heeft de toon met al zijn eigenschappen in een pijp vastgelegd en deze pijp werkt hier als een geheugen. Een digitaal orgel bestaat ook uit geheugens waarin gekozen klanken liggen opgeslagen. Het verschil tussen een pijp en een digitaal geheugen is de emotionele waarde van de opgeslagen klanken. Als ze muzikaal hetzelfde bieden is er geen verschil.
Eminent Orgelbouw
Digitale orgels die als een goede vertaler van pijporgelklanken zijn gebouwd vertonen dezelfde willekeurige afwijkingen die bijdragen aan een realistische muziekbeleving. Naar mijn ervaring hebben een huispijporgel en een goed digitaal huisorgel allebei recht van bestaan.
Bij Eminent Orgelbouw in Lelystad is een digitaal orgel naar mijn wensen gebouwd. Elke dag worden beide orgels door mij bespeeld, waarbij het digitale orgel het voordeel van een uitstekende akoestiek biedt. Af en toe heb ik de gelegenheid om een Monarke Orgel te bespelen. Ook dit orgel biedt mij klanken met dezelfde emotionele waarde.

Acceptatie van het digitale orgel
In grote kerken staan pijporgels met drie of vier klavieren die 50 of 60 registers bedienen. Soms zijn deze orgels lange tijd niet bruikbaar omdat ze een noodzakelijke restauratie moeten ondergaan. Het is dan niet zinvol om deze tijd te overbruggen met een klein orgelpositiefje. De kerk huurt dan een goed digitaal orgel, omdat deze wel in staat is een waardige vervanger te zijn. Vroeger werd dat vervangende orgel na afloop van de restauratie weer teruggebracht, maar tegenwoordig komt het steeds meer voor dat het wordt gekocht omdat het naast het pijporgel zijn eigen plaats heeft veroverd. Vooral in Engeland is het digitale orgel naast het pijporgel een geaccepteerd instrument.

Als huisorgel is een digitaal orgel van grote waarde door zijn goede akoestiek van een gesimuleerde ruimte. Waar ik hierboven de beperkingen van een huisorgel in een kleine ruimte beschreef, geven de gesimuleerde ruimtes dezelfde klankmogelijkheden als een kerk. Diepe lage bassen kunnen naast heldere mixturen klinken en zo kunnen de Prestanten van alle voetmaten zich tot een brede Plenumklank ontwikkelen en in ruimte die daaraan recht doet. De tongwerken hoeven zich niet te beperken tot regalen, ook een trompet, een hobo of een fagot kan in een huiskamer realistisch klinken. Het volume is aan de huiselijke omstandigheden aan te passen. Het is als met een CD van een groot symfonieorkest dat thuis is te beluisteren zonder dat het volume gelijk moet zijn aan het volume dat het orkest in de concertzaal had. Een thuisstuderende organist kan zich met een digitaal orgel beter op een concert voorbereiden dan met een klein huispijporgel.

Die Seite über Klang und Akustik auf Deutsch   Der Klang einer Hausorgel
start
boeken over orgebouw
betellen van boeken
orgels in mijn huis
klank van een huisorgel
holpijp
prestant
metalen pijp maken
tongwerk
orgelbouw
GdO Arbeitskreis Hausorgel
contact met John Boersma
relations
digitaal
klank