Intoneren van samples

Hauptwerk is bedacht als een methode om thuis een orgel te kunnen bespelen met echte pijpklanken in de akoestiek van een kerk. Dat in tegenstelling met een huispijporgel, waar dan wel pijpen klinken maar door de ontbrekende akoestiek wordt de omringende lucht niet in resonantie gebracht. In de kerk nemen microfoons de klanken bij de pijpen op en tegelijk ook de akoestiek van de ruimte. De opnames worden als samples in geheugens vastgelegd. Zouden de klanken uit de geheugens op dezelfde plaats worden weergegeven, dan is er geen verschil met de klanken direct uit de pijpen, want ze ontstaan dan in dezelfde omgeving. Het is echter de bedoeling om ze in een huiskamer te laten klinken en dat is een geheel andere omgeving.

Pijpen zijn aan de ruimte aangepast

Een pijporgel wordt altijd gebouwd voor een bepaalde kerk, in oude tijden zelfs in de kerk. De invloed van de omgeving kan voor elke pijp verschillend zijn, maar door per toon te intoneren klinkt het register toch gelijkmatig in de akoestiek van de kerk. Orgel en akoestiek vormen nu een eenheid. Bij een verplaatsing naar een andere kerk zal de orgelbouwer het opnieuw moeten intoneren.

De sample set bevat de klanken in de kerk en de organist wenst thuis dezelfde klanken te horen. Het volume moet verminderen, maar de klankindruk moet gelijk blijven. Omdat het een natuurkundige wet is dat het verminderen van het volume niet voor elke toonhoogte dezelfde werking heeft, moet dat per toon worden gedaan. De sample bevat de klank zoals deze in de kerk heeft geklonken. Door intonatie kan het in de huiskamer net zo klinken als in de kerk. Hauptwerk heeft de mogelijkheid om dat aan te passen.

Intoneren van de samples is noodzakelijk

Veel bespelers van een Hauptwerkorgel hebben een te groot vertrouwen in de sample maker en denken dat deze de klanken al met elkaar in evenwicht heeft gebracht. Dat is een onmogelijke taak voor de sample bewerker, zijn taak gaat niet verder dan de klanken in de kerk op te slaan in de samples. De organist moet de samples zelf intoneren in de omgeving waar zijn orgel staat, dan kan een pijptoon uit de luidspreker net zo klinken als in de kerk.

Vergelijking met CD

Het is vergelijkbaar met het weergeven van een orkest via een radiouitzending of via een CD. Een orkest kan nog wel met enige moeite in een grote huiskamer worden geplaatst, maar zelfs als elke musicus zacht speelt, klinkt het toch anders dan in de concertzaal. Bij weergave vanuit de concertzaal via een medium kan de klankregisseur alle klanken op een lager volume met elkaar in balans brengen en klinkt het concert in goede verhoudingen in de huiskamer. Wat de klankregisseur doet met het orkest moet de organist doen met de klanken uit de samples.

Barokklanken in de 17e eeuw

De sample set van het Schnitger-orgel in Zwolle is een van de best geslaagde sample sets van een Werkenorgel. Bij een Werkenorgel zijn de vier werken: Rugwerk, Hoofdwerk, Bovenwerk en Borstwerk als zelfstandige orgels ontworpen. In de kerk zijn de verschillen hoorbaar als een afwisseling van krachtige en minder krachtige orgels en kan het muzikaal worden gebruikt, maar in een huiskamer is een werkenindeling niet effectief. Eigenlijk zou een sample set van een Midden-Duits barok orgel een betere keuze voor een orgel in de huiskamer zijn, omdat dit orgeltype meer gebaseerd is op verschillende klankkleuren. Het Trost-orgel van Waltershausen is een goed voorbeeld, maar de samples zijn op grote afstand opgenomen, waardoor veel van de articulatie en de specifieke klankkleuren verloren gaan.

Helaas is er geen sample set van het orgel van Naumburg, herhaalde verzoeken om de klanken te mogen opnemen zijn steeds afgewezen. Wel kan het Schnitger-orgel van Zwolle praktischer in de huiskamer worden gebruikt door het meer Midden-Duits te intoneren. Wanneer ik pijpen intoneer kan ik deze keuze maken en een sample met een goed opgenomen klank geeft mij dezelfde mogelijkheid. De klanken van dit Schnitger-orgel zijn perfect in de geheugens opgeslagen en zo kon ik meer op kleurende klanken dan op krachigte klanken intoneren.

Bij het intoneren moet de Brightness altijd worden verhoogd omdat de boventonen door het lagere volume meer worden verzwakt dan de grondtoon. Bij mijn orgel heb ik de Brightness nog meer verhoogd, geheel in stijl van het Midden-Duitse klankidioom. De registers van het Hoofdwerk en het Bovenwerk die tweevoudig aanwezig zijn, heb ik een verschillende intonatie gegeven, waardoor er verschillende klankkleuren ontstaan. Met de Transient- en de Boost Equalizer is een sterke verschuiving van de klankkleur te bereiken. Het is een effect dat niet afhankelijk is van de luidsprekers en laat op elk Hauptwerkorgel dezelfde klank horen. De Brightness en de Amplitude moet wel weer per orgel worden ingesteld.

De Prestant 8’ op het bovenwerk is verdubbeling omdat de Octaaf 8’ deze functie al vervuld. Daarom heb ik de Prestant zo geïntoneerd dat de klank nauwkeurig overeenkomt met de Viola 8’. Door de stemming ervan te verlagen klinken de beide Viola’s samen nu als een Unda Maris 8’.

De verlaagde Viola 8' samen met de Vox Humana 8’ geeft een fraaier klinkende zweving dan wanneer de Vox Humana met de tremulant wordt gespeeld. Bach waardeerde het als de Viola niet alleen als achtvoet, maar ook als viervoet aanwezig was. Op het klavier waar de Viola 8’ is gedisponeerd, heb ik de Octaaf 4’ geïntoneerd als een Viola 4’.

Over dit Schnitger-orgel ga ik een boek schrijven waarin ik mijn manier van intoneren uitvoerig beschrijf. Van alle schuifregelaars heb ik foto’s gemaakt die laten zien hoe het moet worden ingesteld.

Zacharias Hildebrandt-Orgel in Naumburg

Johann Sebastian Bach had in 1723 het nieuwe Zacharias Hildebrandt-orgel in Störmthal gekeurd en was onder de indruk van de klanken. Het was het begin van een levenslange vriendschap tussen Bach en Hildebrandt. Mede op voorspraak van Bach kreeg Hildebrandt de opdracht om het orgel van Naumburg te bouwen.

In het orgel dat Hildebrandt ontwierp werden de wensen Bach gerealiseerd. Hoewel Hildebrandt de Midden-Duitse stijl van orgelbouwen volgde, heeft het orgel ook de Gravität die Bach in Noord-Duitse orgels waardeerde. Opvallend was het grote aantal tongwerken, het ruim gedisponeerde rugwerk en een volledige pedaalbezetting. Tegelijkertijd kenmerkten de vele achtvoet registers met zowel fluitachtige als strijkende klanken de Midden-Duitse barokstijl. Dat Bach dat zijn waardering voor deze klanken heeft uitgesproken is gedocumenteerd na zijn bespeling van het Heinrich Trost-orgel in Altenburg. Hildebrandt voltooide het orgel van Naumburg in 1746; hij had naar de wens van Bach een Unda Maris 8' register aan de oorspronkelijke opdracht toegevoegd.

Bach orgel

Johann Sebastian Bach heeft het orgel gekeurd samen met Gottfried Silbermann, de vroegere leermeester van Hildebrandt; beiden hebben het orgel in alle opzichten voortreffelijk bevonden. Omdat dit is gedocumenteerd wordt het orgel van Naumburg beschouwd als een authentiek voorbeeld van orgelklanken waar Bach bij zijn composities een voorkeur voor heeft getoond.

Keuze Sample set

De keuze voor een sample set is afhankelijk van twee belangrijke factoren: het orgel moet overeenkomen met de voorkeur van de organist en ten tweede moeten de samples perfect zijn opgenomen. DRY opnames zijn verreweg te verkiezen boven WET opnames en surround is overbodig. Bij surround zijn klanken achter in de kerk opgenomen, die een organist aan de speeltafel nooit hoort. Dubbele sample sets waar DRY en WET samples apart van elkaar zijn vastgelegd, kunnen naar smaak en afhankelijk van de te spelen muziek worden gemengd.

Veel organisten met een Hauptwerkorgel hebben een voorkeur voor sample sets van zeer grote orgels. Deze set in een huiskamer bespelen is wel mogelijk, mits maar met bepaalde voorwaarden rekening wordt gehouden. Grote orgels staan in grote kerken met de daarbij behorende dynamiek. In de grote ruimte geven de krachtige registers de nodige geluidsdruk om deze ruimte te vullen.

Er is aanmerkelijk minder geluidsdruk nodig om een huiskamer te vullen. Het betekent dat de organist een keuze uit de registers moet maken, een kleuring van de klanken is effectiever dan een optelling van krachtige geluiden. Door kleine registercombinaties ontstaan steeds weer andere klankkleuren.

 

rugwerk
Absoluut gehoor geen vereiste

Vaak heb ik het intoneren van pijpen gedemonstreerd. Dat moet altijd in de praktijk, een schriftelijke lesmethode bestaat niet. Het intoneren van samples mag hier niet mee worden vergeleken. De goede toon zoals die in de kerk klonk is al in de sample opgeslagen, maar omdat het minder luid in de huiskamer moet klinken moeten er aanpassingen worden gemaakt. Uit de praktijk blijkt dat mijn schriftelijke uitleg goed wordt begrepen en met succes is uit te voeren.

Zelf heb ik een absoluut gehoor en maak daar gebruik van door de dynamische verschillen, die er in de huiskamer mogelijk zijn optimaal te benutten, zodat de orgelklank in de kerk precies zo wordt overgebracht naar mijn huiskamer. Van mijn intonaties maak ik foto’s en stel deze gratis beschikbaar. Daarbij vraag ik wel om mij van de resultaten op de hoogte te houden om de ervaringen van anderen ook in te passen.

De methode om het intoneren te leren is in de praktijk beproefd met organisten zonder absoluut gehoor, maar die de klankverandering wel kunnen beoordelen. Door goed naar het veranderen van de klank te luisteren leert de organist zelf vast te stellen waar de mooiste klank wordt bereikt. Voor klankschoonheid is geen objectieve norm, het blijft afhankelijk van het persoonlijke gevoel van de musicus. Het is zijn eigen orgel en als dat voor hem goed klinkt is dat zijn norm. Zoals de interpretatie van een orgelwerk ook persoonlijk is en niet hoeft overeen te komen met de interpretatie van andere organisten.

Hauptwerk Praktijkboeken in het Nederlands, Duits, Engels en Chinees

Mijn Hauptwerk Praktijkboek wordt door de reacties regelmatig vernieuwd en ik vertaal het meteen in het Duits en in het Engels. Onlangs is het boek vertaald in het Chinees en ontvang ik Engelse e-mails uit China.
Het is verheugend dat ook zij begrijpen hoe ze de samples kunnen intoneren. Uit hun mails blijkt dat zij hun klankidealen met het Hauptwerkorgel kunnen vormgeven.

Waarom intoneren?
                            
Een orgel is een luidklinkend muziekinstrument, gemaakt voor een grote ruimte waar deze luide klanken passen bij de grote ruimte. Het is een natuurkundige wet dat een vermindering van het volume een veel groter effect heeft op de hogere tonen dan op de lagere. Ons gehoor heeft geen lineair verloop; toonhoogte en luidsterkte zijn bepalende factoren. Het volumeverschil heeft meer effect op de boventonen van een klank dan op de grondtoon.

Een niet aangepaste sample set mist het sprankelende geluid dat in de kerk zo transparant klinkt. Een kleinere ruimte heeft minder dynamiek, daarom moet het verschil tussen luide en zwakke registers moet worden verminderd. Het volume van een Trompet moet meer worden verzwakt dan van een Holpijp.

De beste weergave van een kerkorgel wordt verkregen door de grootste beschikbare ruimte in huis te kiezen. In een klein kamertje kan zelfs met de duurste audio geen groot orgel adequaat worden beluisterd. De Prestant 8' is het voornaamste register en zijn klank is de norm in een Hauptwerkorgel. De klank van andere registers wordt ingesteld in relatie tot de Prestant.

Luidsprekers

Uiteraard moeten de luidsprekers van goede kwaliteit zijn, maar het is volkomen nutteloos om luidsprekers uit een dure klasse te gebruiken. Elke luidspreker heeft kleine afwijkingen die de weergave beïnvloeden. Voor de weergave van een goede CD zou een dure luidspreker zinvol zijn, want de klanken liggen vast. Helaas neemt de prijs van een betere luidspreker niet evenredig met de prijs toe. Een nauwelijks hoorbare verbetering vergt een veelvoud van de prijs.

Bij het intoneren worden de hoorbare afwijkingen in de samples gecompenseerd en dan maakt het niet uit of de afwijking door de sample of door de luidspreker wordt veroorzaakt. Slechts als een luidspreker moet worden vervangen, moet de intonatie opnieuw gebeuren. Een sample die is geïntoneerd op een normale luidspreker zal altijd beter klinken dan een niet-geintoneerde sample op de duurste audio-installatie.

Schnitger-orgel van Zwolle

Een van de beste sample sets is gemaakt van het Schnitger-orgel in Zwolle in de laatste versie die Sonus Paradisi daarvan heeft uitgebracht. Het orgel heeft 64 registers verdeeld over vier klavieren plus een pedaalklavier en is het grootste orgel van Schnitger. Het orgel is opgebouwd uit vier werken: Rugwerk, Hoofdwerk, Bovenwerk en Borstwerk en wordt ondersteund door een uitgebreid Pedaalwerk. In het Werkensysteem vormt elk werk een zelfstandig orgel, waarvan de verschillen in een grote kerk goed van elkaar zijn te onderscheiden. In de huiskamer gaat dit effect verloren. Wat overblijft is de mogelijkheid om per werk verschillende klankkleuren te kiezen.

De klanken van het Schnitger-orgel in Zwolle zijn uitermate perfect in de samples opgeslagen en dat maakt het heel geschikt om deze klankkleuren aan te brengen. Het overgrote deel van de Hauptwerkorgels is drieklaviers en dan is de beste verdeling: Rugwerk op het onderklavier, het Hoofdwerk en het Bovenwerk samen op het middenklavier en het Borstwerk op het derde klavier. Het verschil in functie tussen het Hoofdwerk en het Bovenwerk gaat in een huiskamer verloren en daarom kunnen ze samen op het middenklavier worden bespeeld. Gelijknamige registers kunnen verschillend worden geïntoneerd en zo is een zinloze verdubbeling te voorkomen.

Noord-Duitse en Midden-Duitse Barok

De klanken van een Schnitger-orgel laten de stijl van de Noord-Duitse Barok horen. Toen de orgelbouwers na de vervalperiode de kunst van het orgelmaken uit de baroktijd opnieuw moesten ontdekken waren alleen de Noord-Duitse orgels beschikbaar. De klanken van de Midden-Duitse Barok konden niet bij het onderzoek worden betrokken, omdat de orgels in het niet-toegankelijke Oost-Duitsland stonden. Zo bleef de klankwereld waar Johann Sebastian Bach zijn muziek voor componeerde buiten het onderzoek.

Pas na de eenwording van Duitsland was dit gebied weer te bereiken en ontdekten de orgelbouwers de stijl van de Midden-Duitse Barok. Zelf heb ik toen alle orgels bezocht die door Bach waren bespeeld. In het Silbermann-museum kreeg ik volledig de gelegenheid om Silbermann-pijpen te bestuderen en via de orgelbouwer Kristian Wegscheider in Dresden kreeg ik toegang tot de orgels van Gottfried Silbermann en van Zacharias Hildebrandt. En zo kon ik pijpen maken in de Midden-Duitse orgelstijl.

De klanken van de Midden-Duitse barok zijn boventoonrijker en speelser dan de Noord-Duitse. Er is meer kleuring door een groter aantal achtvoets registers met verschillende intonaties. Meerdere registers combineren geeft nauwelijks meer volume maar wel nieuwe klankkleuren. Soms is dit ook doorgetrokken naar de registers in viervoetsligging. Vaak is een Unda Maris register aanwezig die met diverse stemmen kan worden gemengd. Mijn huispijporgel heb ik in deze stijl gebouwd.

In feite is de toonvorming van Midden-Duitse orgels meer op kleuring gericht dan op krachtige klanken en daarom zijn deze orgels meer geschikt om als sample set in een huiskamer te bespelen, dan de klankopbouw van de noordelijke orgels. Bach heeft de noordelijke orgels leren kennen en waardeerde de Gravität ervan, maar zijn orgelwerken componeerde op de klanken van de orgels van Zacharias Hildebrandt en Gottfried Silbermann.

   Deutsch
   English
start
hauptwerk
intonatie
haupthuis
min-orgel
tafelpositief
praktijkboek
set orgels
schnitger
bader
holzhey
trostorgel
kiedrich
marcussen
contact
orgels in mijn huis
nagalm
metalen pijp maken
boeken over orgebouw
betellen van boeken
kroniek
prestant
holpijp
tongwerk
constructies
GdO Arbeitskreis Hausorgel
linked sites